Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Wob-verzoek met betrekking tot geheime stukken is ook verzoek om opheffing geheimhouding; elke Wob-verzoeker is belanghebbende

ABRvS 23 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3140)


Relevantie
 

  • Een verzoek om openbaarmaking van documenten ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd, moet – in afwijking van eerdere jurisprudentie – in alle gevallen worden opgevat als een verzoek om opheffing van die geheimhouding.

  • De indiener van het verzoek om openbaarmaking van documenten is – in afwijking van  eerdere jurisprudentie – altijd belanghebbende bij het besluit tot het al dan niet opheffen van de geheimhouding.
     
  • Voor zover de bevoegdheid tot opheffing van de geheimhouding bij een ander bestuursorgaan berust, zal  het ontvangende bestuursorgaan het verzoek moeten doorsturen aan dat andere bestuursorgaan. Zolang nog niet is beslist over het al dan niet opheffen van  geheimhouding, dient een besluit op het Wob-verzoek te worden aangehouden; de beslistermijn wordt dienovereenkomstig opgeschort.  

De casus

Een journalist wenst kennis te nemen van een aantal stukken die berusten onder het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Bildt. De stukken waar het verzoeker om gaat zijn de schriftelijke afspraken, inclusief de onderliggende documenten, die zijn gemaakt door het college teneinde het conflict over de bouw van woonzorgcentrum Van Haarenshuus in Sint Annaparochie te beëindigen. Op deze stukken is geheimhouding opgelegd door de raad op grond van artikel 25 van de Gemeentewet.

Om kennis te kunnen nemen van deze stukken verzoekt de journalist om opheffing van de geheimhouding. Dit verzoek doet de journalist niet rechtstreeks aan de raad, maar de raad leest dit verzoek in het Wob-verzoek dat de journalist had ingediend bij het college. Bij besluit van 9 oktober 2014 wijst de raad het verzoek tot opheffing van de geheimhouding af.

De journalist stelt vervolgens (met instemming van de raad) rechtstreeks beroep in tegen het besluit. Bij uitspraak van 4 september 2015 verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, omdat de journalist niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. De zaak komt voor bij de Afdeling.

Koerswijziging Afdeling

De Afdeling wijzigt haar jurisprudentie op de volgende twee punten:

  • Verzoek om openbaarmaking van geheime stukken is tevens verzoek om opheffing geheimhouding

De Afdeling overweegt onder meer dat:

“(…) zoals de Afdeling eveneens thans van oordeel is, een verzoek om openbaarmaking van documenten waarvan geheimhouding is opgelegd, altijd tevens moet worden opgevat als verzoek om opheffing van die geheimhouding.”

De Afdeling wijkt op dit punt af van haar eerdere jurisprudentie. Tot dusver gaf een Wob-verzoek enkel onder bepaalde omstandigheden aanleiding om dit verzoek eveneens op te vatten als een verzoek tot opheffing van geheimhouding (ABRvS 20 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1996). In de gevallen dat het verzoek niet als verzoek tot opheffing van de geheimhouding is geïnterpreteerd, kan de verzoeker daarna zelf een verzoek tot opheffing indienen.

De koersverandering van de Afdeling heeft tot gevolg dat het bestuursorgaan een Wob-verzoek (voor zover dat ook ziet op geheim verklaarde documenten) niet langer kan afwijzen met een enkele verwijzing naar de bijzondere geheimhoudingsregeling in de Gemeentewet. Nu zal ook een besluit over de opheffing van de geheimhouding moeten worden genomen door het daartoe bevoegde bestuursorgaan. De bevoegdheid tot het nemen van een dergelijke besluit is geregeld voor de gemeentelijke en provinciale bestuursorganen in de artikelen 25 en 55 Gemeentewet respectievelijk Provinciewet. Zolang nog niet beslist is over de geheimhouding van de verzochte documenten wordt de beslistermijn met betrekking tot het Wob-verzoek opgeschort.

  • Wob-verzoeker is ook belanghebbende bij besluit over opheffing geheimhouding

Ten aanzien van haar vaste jurisprudentie roept de Afdeling in herinnering dat de groep op wie de geheimhouding rust primair tot de kring van belanghebbenden behoort. Onder omstandigheden behoren ook andere personen of rechtspersonen tot die kring, namelijk indien zij een zodanige betrokkenheid hebben bij de stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd, dat zij door deze besluiten rechtstreeks in hun belangen worden geraakt (ABRvS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1183). De rechtsvraag waar de Afdeling zich voor gesteld ziet, is of de journalist onder de categorie van ‘andere personen’ valt waardoor ook hij rechtstreeks in zijn belangen wordt geraakt.

Bij de beantwoording van die rechtsvraag kent de Afdeling een bijzonder belang toe aan het feit dat de journalist eveneens een Wob-verzoek heeft gedaan om openbaarmaking van de documenten waarvan geheimhouding is opgelegd.

Tot dusver bestonden goede gronden om aan te nemen dat een indiener van een Wob-verzoek door zijn verzoek niet direct in zijn belangen wordt geraakt wanneer het bevoegde bestuursorgaan een besluit tot opheffing van geheimhouding van de verzochte documenten neemt. Zo overweegt de Afdeling nog in 2013 dat de omstandigheid dat een rechtspersoon om documenten verzoekt waarvan geheimhouding is opgelegd niet aan de conclusie afdoet dat deze geen belanghebbende is, omdat de geheimhouding daarmee alleen indirect de belangen van de rechtspersoon raakt (ABRvS 20 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1996).

De Afdeling verandert nu van koers. De indiener van een verzoek om openbaarmaking van documenten ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd, is ook belanghebbende bij het besluit tot opheffing van geheimhouding van die documenten (r.o. 3.3).

(Tussen)uitspraak van de Afdeling

De Afdeling concludeert dat de journalist – anders dan de rechtbank van oordeel was – belanghebbende is bij het besluit over opheffing van de geheimhouding van de raad. De Afdeling gaat dan ook over tot toetsing van dit besluit en komt tot het oordeel dat dit niet gemotiveerd is en daarmee in strijd met het in artikel 3:46 Awb opgenomen motiveringsbeginsel. De raad krijgt de mogelijkheid om binnen een door de Afdeling gestelde termijn het motiveringsgebrek alsnog te herstellen door met inachtneming van de door de journalist aangevoerde gronden het besluit alsnog toereikend te motiveren of een nieuw primair besluit te nemen.

Conclusie

Verzoekt een (rechts)persoon om de openbaarmaking van documenten waarvan geheimhouding is opgelegd, dan moet dit opgevat worden als zowel een Wob-verzoek als een verzoek tot opheffing van geheimhouding. Dit betekent dat het bestuursorgaan dat bevoegd is te besluiten over het Wob-verzoek, moet nagaan of het ook bevoegd is over opheffing van geheimhouding te beslissen. Zo nee, dan dient het dit verzoek wat betreft opheffing van geheimhouding door te sturen aan het daarvoor bevoegde bestuursorgaan. Het besluit over opheffing van geheimhouding moet worden afgewacht alvorens op het Wob-verzoek kan worden beslist; de beslistermijn wordt opgeschort. Voor het bestuursorgaan dat bevoegd is te besluiten over opheffing van geheimhouding betekent dit dat het rekening moet houden met een grotere groep belanghebbenden bij zijn besluitvorming.

Voor vragen of opmerkingen kunt u telefonisch (050–5997942) of per e-mail contact opnemen met Folker de Witte of Tobias Polak.