Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Weg Wob, welkom Woo:
Wet open overheid “slecht nieuws voor gemeenten”?

De Tweede Kamer heeft op 19 april 2016 de Wet open overheid (Woo) aangenomen. Deze initiatiefwet van enkele Kamerfracties vervangt de huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo moet ervoor zorgen dat de overheid transparanter wordt. Er komt meer openbaarheid, bij meer instanties, bijvoorbeeld ook bij (delen van) de Raad van State, ombudsmannen, het parlement en de besturen van VNG, IPO en de Unie van Waterschappen. De Eerste Kamer buigt zich later dit jaar over de Woo.

Aanzienlijke verschillen met de Wob

We noemen een aantal opvallende verschillen tussen de Woo en de Wob. Sommige wijzigingen ten opzichte van de Wob zijn pas op het laatste moment alsnog teruggedraaid of zijn juist nog toegevoegd (hierna cursief aangegeven):

  • Veel meer documenten moeten actief openbaar worden gemaakt.
  • De overheid moet een register op internet bijhouden van bij haar berustende documenten. Dit moet de toegankelijkheid voor de burger bevorderen. De registratieplicht  geldt  “alleen” voor documenten die na inwerkingtreding van de Woo onder de overheid komen te berusten.
  • Vertrouwelijk aan de overheid verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens zijn niet langer altijd geheim; voortaan moet het bestuursorgaan afwegen of het belang van geheimhouding zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking.
  • Vertrouwelijkheid van persoonlijke beleidsopvattingen bedoeld voor intern beraad blijft (groten)deels gewaarborgd. Feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen daarvan of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter zijn echter wel openbaar; de opvattingen daarover (inclusief de weging) blijven vertrouwelijk.
  • Misbruik voorkomen: indien de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie of indien het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft, kan een verzoek buiten behandeling worden gelaten.
  • De beslistermijn voor een verzoek om openbaarmaking blijft vier weken, met mogelijke verdaging van twee weken.
  • Er wordt geen dwangsom meer verbeurd bij niet-tijdig beslissen, ook niet in bezwaar. De overheden vinden dat een grote vooruitgang; zo wordt misbruik (geld verdienen met Wob-verzoeken) niet langer gefaciliteerd. Journalisten die vaak “Wob-ben” zijn teleurgesteld: zij vrezen dat de overheid straks ongestraft kan treuzelen.
  • Verzoeker om openbaarmaking kan, wanneer niet tijdig wordt beslist, kiezen tussen eerst bezwaar maken of meteen beroep instellen. In 2009 is de mogelijkheid van bezwaar bij niet-tijdig beslissen juist komen te vervallen. Straks kan dat dus weer wèl, bij een Woo-verzoek. Doel: het voorkomen van onnodig juridiseren (de bezwaarfase is immers laagdrempelig; daar moet de burger voor kunnen kiezen). 

Strandt de Woo in de Senaat?

De Eerste Kamer moet de Woo nog behandelen; deze zal naar verwachting zeker niet voor 2017 in werking treden – áls dat gaat gebeuren. De Raad van State was in zijn wetgevingsadvies op onderdelen kritisch, net als het Interprovinciaal Overleg. Tegenstanders in de Tweede Kamer waren CDA en VVD. Ook werkgeversorganisaties MKB-Nederland en VNO-NCW hebben grote bezwaren. Zij zijn er met name tegen dat bedrijfsgevoelige informatie veel meer dan onder de Wob, openbaar zal zijn.

Minister Plasterk (van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) had het wetsvoorstel eerder al ontraden. Een aanpassing van de Wob, vooral om misbruik tegen te gaan, lag volgens hem meer voor de hand; zijn ministerie was er al druk mee bezig.

“Ambtelijke beleidsintimiteit aangetast”?

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) kondigde direct aan in de komende maanden te lobbyen om de wet in de Senaat te laten stranden.

De VNG is niet mild in haar kritiek. De Woo is “slecht nieuws voor gemeenten” en “volstrekt onuitvoerbaar”. De wet zal de overheid veel geld kosten, met name het bijhouden van het register op internet. Het democratisch besluitvormingsproces binnen de overheid zou ernstig worden belemmerd; vertrouwelijk overleg over lastige kwesties is nauwelijks meer mogelijk, volgens de VNG, die vreest voor aantasting van “ambtelijke beleidsintimiteit”. Het is onduidelijk of de VNG zich hierbij baseert op de uiteindelijk vastgestelde wettekst, die (zeer) kort voor de stemming op 19 april 2016, nog aanzienlijk is gewijzigd – óók wat betreft de persoonlijke beleidsopvattingen.

Of deze tegenstand genoeg is om de wet tegen te houden, zal later dit jaar moeten blijken. Wij houden je daarvan op de hoogte.

Voor vragen of opmerkingen: Hans van Ophem of Tobias Polak