Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Hoge Raad 15 maart 2019, ECI:NL:HR:2019:354 

Relevantie:

  • Ook in gevallen waarin schade is ontstaan door een onrechtmatig besluit, moet het conditio sine qua non-verband worden vastgesteld door de situatie zoals zij zich in werkelijkheid heeft voorgedaan te vergelijken met de hypothetische situatie die zich zou hebben voorgedaan als de onrechtmatige gedraging achterwege was gebleven.
  • Bij deze vergelijking heeft het gerechtshof terecht beoordeeld hoe de schadelijdende partij in de hypothetische situatie feitelijk zou hebben gehandeld.

Inleiding

BKR heeft een overeenkomst gesloten met de gemeente Rotterdam die haar het recht geeft zand te winnen door uitbreiding van de Zevenhuizerplas. Daarvoor had BKR ook een ontgrondingsvergunning nodig die door de provincie Zuid-Holland diende te worden verleend. In de vergunning is onder meer bepaald dat een taludhelling van 1:4 voldoende veiligheid bood tegen het afschuiven van zand aan de oevers. Toch doen zich enkele “oevervallen” voor, waarna BKR een taludhelling van 1:6 aanhoudt. Daardoor kan minder zand worden gewonnen. Dit leidt discussie over de te hanteren taludhelling, waarbij de provincie BKR een eerste aanwijzing (aanwijzing 1) geeft tot het maken van een risicoanalyse en een geactualiseerd werkplan. Hierop volgt een tweede aanwijzing (aanwijzing 2) om een taludhelling van 1:6 te hanteren, tenzij uit een uitgevoerde risicoanalyse en een geactualiseerd werkplan was gebleken dat veilige en stabiele oevers zouden ontstaan. Tegen beide aanwijzingen stelt BKR beroep in en in beide gevallen stelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State BKR in het gelijk. Intussen wijzigt de provincie de ontgrondingenvergunning waarin de maximaal toegestane taludhelling 1:6 is. Dit besluit houdt wel stand bij de bestuursrechter.

Tussen het moment van de (door de bestuursrechter vernietigde) aanwijzing 2 en de datum van wijziging van de (door de bestuursrechter in stand gelaten) ontgrondingenvergunning zit een periode van circa vijftien maanden. BKR claimt in die periode stilligschade te hebben geleden doordat zij kosten heeft gemaakt om een zandwinningsinstallatie in de Zevenhuizerplas aanwezig te houden. Deze heeft als gevolg van aanwijzing 2 vrijwel geheel stilgelegen. In de hierop volgende procedure gaat het (onder meer) om de vraag of er wel causaal verband (conditio sine qua non-verband) bestaat tussen aanwijzing 2 en de schade. De rechtbank verwierp het causaliteitsverweer van de provincie. Het gerechtshof oordeelde anders, omdat hij van oordeel is dat, kort gezegd, de provincie indien zij aanwijzing 2 niet zou hebben gegeven, een ander besluit zou hebben genomen met hetzelfde rechtgevolg.

De Hoge Raad

In cassatieberoep stond de toe te passen maatstaf ter discussie. De Hoge Raad zet de regels nog eens op een rij. Daarbij maakt hij onderscheid tussen de situatie waarin het bestuursorgaan na vernietiging wel of niet opnieuw in de zaak moet voorzien door een nieuw besluit te nemen. Indien dat wel zo is, hangt het veelal van de inhoud van het nieuwe besluit af of het eerdere, onrechtmatige besluit tot schade heeft geleid. Is het nieuwe besluit rechtmatig en leidt het tot hetzelfde rechtsgevolg, dan is geen sprake van causaal verband.

Indien het bestaan van causaal verband tussen een onrechtmatig besluit en schade niet afhankelijk is van een nieuw besluit van het bestuursorgaan, dan dient het bestaan van dat verband te worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf hoe het bestuursorgaan zou hebben beslist of gehandeld indien het niet het onrechtmatige besluit had genomen. Het causaal verband moet dan worden vastgesteld door een vergelijking van enerzijds de situatie zoals die zich heeft voorgedaan en anderzijds de hypothetische situatie die zich zou hebben voorgedaan als de onrechtmatige gedraging achterwege was gebleven. Indien het bestuursorgaan een nieuw rechtmatig besluit neemt dat tot hetzelfde rechtsgevolg leidt als het onrechtmatige besluit, kan dit grond zijn om tot uitgangspunt te nemen dat het bestuursorgaan ten tijde van het onrechtmatige besluit eenzelfde besluit zou hebben genomen, indien dat op dat moment ook rechtens mogelijk was.
De Hoge Raad vat een en ander samen met de overweging dat ook in gevallen waarin schade is ontstaan door een onrechtmatig besluit, het conditio sine qua non-verband moet “worden vastgesteld door de situatie zoals zij zich in werkelijkheid heeft voorgedaan te vergelijken met de hypothetische situatie die zich zou hebben voorgedaan als de onrechtmatige gedraging achterwege was gebleven.”

Het hof heeft deze maatstaf volgens de Hoge Raad niet miskend. Zij heeft tot uitgangspunt genomen dat de provincie, indien zij zich bewust was geweest van de onrechtmatigheid van aanwijzing 2, een rechtmatig besluit zou hebben genomen met hetzelfde rechtsgevolg. Ook dan zou BKR een taludhelling van 1:6 of minder steil hebben moeten hanteren.

Een tweede argument van BKR is dat het hof ten onrechte in zijn beoordeling van het causaal verband heeft betrokken wat BKR had moeten doen, in plaats van uit te gaan van de feitelijke situatie zoals die was. Die feitelijke situatie was dat BKR de winzuiger had laten liggen in afwachting van nadere besluitvorming. Die situatie had het hof moeten vergelijken met de hypothetische situatie dat direct een rechtmatig besluit zou zijn genomen en ervan moeten uitgaan dat BKR in dat geval de winzuiger meteen zou hebben weggehaald en dus geen stilligschade zou hebben geleden. Hier gaat de Hoge Raad niet in mee.

BKR stelde dat zij de winzuiger direct zou hebben verwijderd als de provincie in plaats van aanwijzing 2 te geven meteen de vergunning zou hebben aangepast. Het hof heeft deze stelling onderzocht en verworpen en daarbij in aanmerking genomen dat BKR in de werkelijke situatie de winzuiger heeft laten liggen hoewel zij geen redelijke verwachting had dat zij een steilere taludhelling dan 1:6 zou mogen hanteren. Daarmee valt niet in te zien wat het verschil zou zijn geweest tussen aanwijzing 2 en de wijziging van de vergunning. Daarmee heeft het hof niet in zijn oordeel betrokken wat BKR volgens het hof had moeten doen, maar beoordeeld hoe BKR in de feitelijke situatie feitelijk zou hebben gehandeld. Daarbij mocht het hof betrekken hoe BKR zich in werkelijkheid na aanwijzing 2 had gedragen.

Betekenis voor de praktijk

In gevallen waarin een besluit van een bestuursorgaan wordt vernietigd, is daarmee de onrechtmatigheid van dat besluit gegeven. Dat geldt niet voor het noodzakelijke causale verband tussen dit besluit en door de benadeelde partij geleden schade. Indien het bestuursorgaan na vernietiging een nieuw besluit moet nemen, hangt de aanwezigheid van een causaal verband van dit nieuwe besluit af. Heeft dit besluit hetzelfde rechtsgevolg, dan ontbreekt het causaal verband tussen de schade en het inmiddels vernietigde besluit.

Er zijn ook gevallen waarin het bestuursorgaan geen nieuw besluit kan of hoeft te nemen. Die situatie was aan de orde in het zogeheten UWV-arrest. In die zaak ging het om een besluit van het UWV als basis voor een ontslag waar geen bezwaar of beroep openstond. In dergelijke gevallen dient het causaal verband te worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf hoe het bestuursorgaan zou hebben beslist (of gehandeld) indien het niet het onrechtmatige besluit had genomen. Het gaat daarmee om een vergelijking van de werkelijke situatie met de hypothetische situatie die zich zou hebben voorgedaan indien de onrechtmatige gedraging achterwege was gebleven.

Het onderhavige arrest maakt duidelijk dat niet alleen voor de beslissing of het handelen van het bestuursorgaan van belang is wat het in de hypothetische situatie zou hebben gedaan. Dit geldt ook voor het handelen van de benadeelde partij. In beide gevallen kan het feitelijk handelen zoals dat zich in werkelijkheid heeft voorgedaan een aanwijzing vormen voor wat in de hypothetische situatie zou zijn gebeurd. Ook indien het bestuursorgaan geen nieuw besluit neemt, kan het nemen van een ander besluit met een andere grondslag maar met hetzelfde rechtsgevolg dus bijdragen aan het oordeel dat geen sprake is van causaal verband tussen het oorspronkelijke, onrechtmatige besluit en ondervonden schade. Daarmee dient bij het bestuurlijk vervolgtraject na vernietiging rekening te worden gehouden.

Wilt u meer weten over deze beschikking, neem dan contact op met Mr. Elmer van der Kamp.

ONZE MENSEN VAN A TOT Z//
Elmer van der Kamp
  • Restschuld na crisis; kan ik mijn bank daarvoor verantwoordelijk houden?
  • Geen huwelijkse voorwaarden? Toch blijft privé, wat privé was.
  • Ontslag nemen, lagere alimentatie?
  • Belangrijke termijn voor werknemers bij ontslag op staande voet
  • Dienstverband laten ‘slapen’ om geen transitievergoeding te hoeven betalen, is toegestaan
  • Overlast door huurders: wat vindt het Gerechtshof daarvan?
  • De failliete huurder: leegstandschade en de bankgarantie
  • Wetsvoorstel UBO-register omvat nieuwe ‘terugmeldingsplicht’ Wwft-instellingen
  • Is uw gedragsverklaring aanbesteden nog geldig?
  • Een werknemer met twee dienstverbanden? Houd rekening met de Arbeidstijdenwet!
  • Het adviesrecht van de ondernemingsraad in geval van faillissement
  • Transitievergoeding ook verschuldigd bij dienstverband van exact 24 maanden
  • Koop breekt geen huur (maar soms wel in stukjes)
  • Valse reviews op internet: niet zonder consequenties
  • Transitievergoeding bij langdurig arbeidsongeschiktheid: geld terug?
  • Onteigening Hedwigepolder: Hoge Raad bevestigt rechtbankvonnis
  • Overheid wil het aantal vechtscheidingen terugdringen
  • Verborgen camera’s: diefstal op de werkvloer NAAR NIEUWS//
  • De meest gestelde vragen over de AVG: deel 1 – Minder dan 250 werknemers: toch een verwerkingsregister bijhouden? NAAR NIEUWS//
  • De meest gestelde vragen over de AVG: deel 2 – Toestemming niet altijd nodig NAAR NIEUWS//
  • Bankbreuk; wat is dat eigenlijk? NAAR NIEUWS//
  • Wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans: wat verandert er? Wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans: wat verandert er?
  • Een brancheringsregeling in een bestemmingsplan: Mag dat?
  • Heeft u al een privacystatement voor uw werknemers?
  • Kwijtschelden van studiekosten kost u mogelijk meer dan u denkt
  • Mijn werknemer heeft schulden. Wat nu?
  • Nieuwe maatregelen aangekondigd ter verbetering toegankelijkheid van de woningmarkt voor starters
Stel Hier Uw Vraag contactformulier//