Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Rijden onder invloed

Rijden onder invloed van alcohol is strafbaar gesteld in art. 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Voor alle verkeersdeelnemers geldt dat niet mag worden gereden onder invloed van alcohol. Dat geldt dus voor automobilisten maar ook voor bestuurders van een (snor)fiets. Daarbij geldt dat voor fietsen onder invloed het rijbewijs niet kan worden ingevorderd door de politie.

Toegestaan alcoholpromillage

Artikel 8 WVW 1994 bepaalt dat rijden onder invloed van alcohol strafbaar is vanaf een alcoholgehalte van 220 µg/l oftewel 0,5 ‰. Dat komt neer op ongeveer twee glazen alcohol. Voor beginnend bestuurders zijn de regels strenger. Beginnende bestuurders – korter dan vijf jaar in het bezit van een rijbewijs – zijn strafbaar vanaf een alcoholgehalte van 88 µg/l oftewel 0,2‰.

De ademanalyse

Het precieze alcoholgehalte wordt vastgesteld op het politiebureau met behulp van een zogeheten ademanalyseapparaat. Dit gebeurt doorgaans naar aanleiding van een blaastest op straat en aanhouding door de politie. De ademanalyse op het politiebureau moet voldoen aan tal van eisen. Zo moet bijvoorbeeld de verbalisant die de ademanalyse afneemt bekwaam en bevoegd zijn. Hij moet daarvoor in het bezit zijn van de juiste diploma’s en aangewezen zijn door de korpschef om het apparaat te mogen bedienen. Ook geldt bijvoorbeeld dat een ademanalyse niet mag plaatsvinden binnen twintig minuten na de blaastest op straat dan wel het eerste contact met de verbalisant op straat. Deze en andere regels zijn opgenomen in het zogeheten Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Het niet voldoen aan deze regels door de politie kan in sommige gevallen leiden tot vrijspraak. De advocaten van ons kantoor hebben hier al meermalen succes mee geboekt. Het is dus altijd zinvol om contact op te nemen met een advocaat om na te gaan of het alcoholonderzoek naar de regelen der kunst is verlopen.

Bloedonderzoek

Als een ademanalyse niet lukt, bijvoorbeeld om medische redenen, of door de verdachte bestuurder een tegenonderzoek wordt gevraagd, dan wordt het alcoholgehalte met een bloedonderzoek bepaald. Zo’n onderzoek moet plaatsvinden door een arts onder toezicht van de verbalisant. Ook kan de verdachte bestuurder verzoeken dat een tweede bloedmonster wordt afgenomen. Daarbij geldt dat het laagste promillage bepalend is. Het kan dus zinvol zijn om een bloedonderzoek te ondergaan. Daaraan zijn overigens wel kosten verbonden die de verdachte moet betalen.

Uitkomst onderzoek: teveel gedronken

Nadat het alcoholgehalte door de politie is bepaald, wordt het dossier naar het Openbaar Ministerie gezonden om tot verdere vervolging over te gaan. Het is dan raadzaam om een advocaat te raadplegen. Voor strafbare feiten in het verkeer wordt namelijk streng gestraft. Met name in gevallen waarbij het alcoholgehalte hoger ligt dan 570 µg/l (voor beginnend bestuurders hoger dan 350 µg/l) bestaat er een risico dat een onvoorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden of meer wordt opgelegd. Het is dan ook verstandig om een advocaat mee te nemen naar de zitting.

Verschil in richtlijnen CVOM en LOVS oriëntatiepunten

Het grootste probleem in dit soort zaken is nog wel dat het rijbewijs door de politie bij de genoemde promillages in beslag kan worden genomen. De politie vordert dan de zogeheten overgifte van het rijbewijs op grond van artikel 164 WVW 1994. Vervolgens dient het rijbewijs dan te worden ingezonden aan het CVOM (Centrale Verwerking Openbaar Ministerie). Dit is de afdeling van het Openbaar Ministerie waar wordt beslist over rijbewijszaken. Het CVOM dient binnen tien dagen na invordering een beslissing te nemen over het al dan niet invorderen van het rijbewijs. Als die beslissing niet op tijd wordt genomen, dan moet het rijbewijs worden teruggegeven aan de bestuurder. Als wel tijdig een beslissing wordt genomen, dan kan daartegen een zogeheten klaagschrift worden ingediend. Het bijzondere hierbij is dat de richtlijnen van het CVOM strenger zijn dan de zogeheten LOVS oriëntatiepunten (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) van de rechtbank. Waar bijvoorbeeld de richtlijnen van het CVOM een ontzegging van vier maanden voorschrijven, bepalen de LOVS oriëntatiepunten slechts een voorwaardelijke ontzegging van bijvoorbeeld zes maanden. In zo’n geval loont het dan ook om een klaagschrift in te dienen. De beklagrechter dient dan namelijk ‘ernstig rekening’ te houden met de mogelijkheid dat de later oordelende strafrechter geen onvoorwaardelijke rijontzegging zal opleggen. Kortom, klagen loont.

Onze advocaten hebben al tal van bestuurders weer op weg geholpen. Zij bekijken vooraf met u de kans van slagen, zodat u een goed en afgewogen besluit kunt nemen. Klik hier voor hulp bij een klaagschrift tegen een ingevorderd rijbewijs.