Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

OVERSLAAN VAN BEZWAARFASE: DE OVERHEID KAN DAARTOE OOK ZELF HET INITIATIEF NEMEN

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 10 februari 2016, nr, 201501060

  • Het overslaan van de bezwaarfase wordt populairder
  • Het initiatief moet volgens de wet uitgaan van de burger
  • Maar de overheid kan wel degelijk het voortouw nemen, oordeelt de Afdeling nu.

Kern van de zaak:

  • Het overslaan van de bezwaarfase wordt populairder
  • Het initiatief moet volgens de wet uitgaan van de burger
  • Maar de overheid kan wel degelijk het voortouw nemen, oordeelt de Afdeling nu.

Bezwaar als verplicht nummer; beter meteen naar de rechter?

Soms is de bezwaarfase een verplicht nummer waar niemand op zit te wachten: de burger niet en de overheid niet. De zaak is, voordat het besluit werd genomen al uitvoerig tussen overheid en burger aan de orde gekomen en dat heeft ‘niets’ opgeleverd, althans niet wat de burger wilde. Hij wil de kwestie meteen aan de rechter voorleggen, want van het bij de duivel te biecht gaan (wat bezwaar soms is) heeft hij geen enkele verwachting. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt in artikel 7:1a de mogelijkheid de bezwaarfase over te slaan. De burger kan in zijn bezwaarschrift het bestuursorgaan verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de rechter.

Wanneer er ook andere bezwaarmakers zijn (die niet meteen naar de rechter willen), blijft de bezwaarfase verplicht. Is er één bezwaarmaker die verzoekt om instemming de zaak meteen aan de rechter voor te leggen, dan mag het bestuursorgaan daarmee instemmen “indien de zaak daarvoor geschikt is”; dat oordeel is grotendeels aan de overheid (de rechter toetst marginaal). Soms kan het (ook tactisch) verstandig zijn wel degelijk eerst de bezwaarfase te doorlopen. Een voordeel kan zijn dat de overheid eventuele fouten gemakkelijk kan herstellen. Dit voordeel is overigens aanzienlijk minder groot dan voorheen, toen de overheid in (hoger) beroep nog veel minder mogelijkheden had voor herstel. Door de deformalisering van het bestuursrecht zijn die mogelijkheden inmiddels veel ruimer.

Wanneer de overheid instemt, stuurt deze het bezwaar door naar de rechter, die dat als een gewoon beroep behandelt. De rechter mag de zaak terugwijzen naar de overheid, als hij vindt dat de zaak zich niét leent voor rechtstreeks beroep, bijvoorbeeld omdat partijen het over allerlei feitelijke zaken niet eens zijn. Uit toelichting en jurisprudentie volgt echter dat de rechter als het ook maar enigszins kan, de zaak zelf moet behandelen, derhalve als een beroep.

De overheid kan nu ook zelf voorstellen de bezwaarfase over te slaan

De wet gaat ervan uit dat slechts de burger om het overslaan van de bezwaarfase kan vragen. Dat ligt voor de hand, omdat bezwaar is bedoeld als rechtsbescherming voor de burger, die aanspraak kan maken op een algehele heroverweging. De Afdeling heeft echter in bovengenoemde uitspraak geoordeeld dat het zo nauw niet luistert. De gemeente Zuidplas had degene die een Wob-verzoek had ingediend (dat gedeeltelijk was toegewezen; verzoeker was niet tevreden) voorgesteld de bezwaarfase over te slaan. De burger stemde daarmee in, maar kwam daarvan later, bij de rechter, terug. Dat was te laat, aldus de Afdeling.

De Afdeling overweegt dat het volgens de wet, inderdaad, uitsluitend de burger is die een verzoek kan doen om rechtstreeks naar de rechter te gaan. Maar de rechter moet blijkens de toelichting zo terughoudend mogelijk zijn bij het hanteren van zijn terugwijzingsbevoegdheid (waardoor de zaak toch weer in de bezwaarfase belandt). Daarvan uitgaande, vindt de Afdeling, kan de handelwijze van de gemeente toch door de beugel: zij heeft om rechtstreeks beroep verzocht – maar de burger heeft er wel degelijk mee ingestemd. Dat is voldoende. Bovendien leende de zaak zich prima voor behandeling direct door de rechter; de bezwaarfase was niet nodig. Wie instemt met rechtstreeks beroep, kan daar dan later niet meer van terugkomen.

Deze uitspraak past bij finale geschilbeslechting en deformalisering: als regels niet zijn gevolgd zonder dat belangen zijn geschaad, stelt de rechter zich niet formeel maar praktisch op, met het oog op een efficiënt beslisproces.

Tot slot: het overslaan van de bezwaarfase wordt langzaam maar zeker populairder. Uit de gepubliceerde jurisprudentie blijkt dat in de vijfjaarsperiode van 2007 tot en met 2011, bij de rechtbanken 103 maal rechtstreeks beroep is ingesteld, dus gemiddeld ruim 20 keer per jaar. In de vierjaarsperiode van 2012 tot en met 2015 is dat al precies 150 keer, dus gemiddeld ruim 37 keer per jaar, bijna een verdubbeling. In de eerste zes weken van 2016 zijn dat er zeven, hetgeen neerkomt op 50 à 60 dit jaar, als dit tempo zich doorzet. Het zijn nog altijd geen schokkende aantallen, maar de trend is duidelijk. In voorkomende gevallen kan de overheid nu dus ook zelf voorstellen of het niet een goed idee is de bezwaarfase over te slaan.

Vragen of opmerkingen? Neem contact op met Hans van Ophem