Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Overheid en relativiteit: “Schietincident Alphen aan den Rijn”

Enkele beschouwingen naar aanleiding van de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 27 maart 2018.

Relevantie:

  • De aard en omvang van overheidsaansprakelijkheid is geen rustig bezit.

  • De relativiteit van de norm (wie beoogt de wettelijke regeling te beschermen?) kan aan aansprakelijkheid van de overheid in de weg staan.

  • Dat een regeling het algemeen belang beoogt te dienen hoeft niet in de weg te staan aan het oordeel dat de regeling mede individuele belangen beoogt te beschermen.

  • Het hangt van de door de rechter, onder meer aan de hand van de wetsgeschiedenis, te onderzoeken strekking van de wettelijke regeling af of een beroep op de relativiteit van de norm slaagt.

De zaak

Op 27 maart jl. heeft het gerechtshof Den Haag onder bovenvermeld kenmerk uitspraak gedaan in de zaak die ook wel bekend staat als ‘schietincident Alphen aan den Rijn’ of ‘Tristan van der V.’ De uitspraak is om meerdere redenen lezenswaardig.

Op 29 april 2011 heeft Tristan van der V. in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn het vuur geopend op groot aantal personen: uiteindelijk zijn zes van hen overleden. In het verlengde van zijn acties heeft de dader ook een eind gemaakt aan zijn eigen leven. Na onderzoek bleek dat Tristan van der V. – die lid was van een schietclub – van de bevoegd korpschef in het jaar 2008 een wapenvergunning heeft gekregen voor de wapens waarmee was geschoten (een semi-automatisch kogelgeweer, een semi-automatisch pistool en een revolver). Verder bleek dat hij op 17-jarige leeftijd was veroordeeld wegens medeplichtigheid aan bedreiging met een – aan zijn vader toebehorend luchtdrukwapen – (waarbij het slachtoffer in zijn enkel was geschoten) en dat een eerder verzoek van Tristan van der V. om een wapenvergunning op deze gronden was afgewezen. Ten slotte bleek ook nog dat hij in het jaar 2006 op grond van de WBOPZ gedwongen opgenomen was geweest in een psychiatrisch ziekenhuis in verband met een volgens zijn ouders dreigende zelfmoord. Deze voorgeschiedenis was bij de verstrekking van de (wapen)vergunning in 2008 niet meegewogen, waar dat wel had gemoeten.

Slachtoffers en nabestaanden hebben uiteindelijk zowel de ouders van Tristan van der V. als de politie aansprakelijk gesteld voor de door hen geleden schade.

Het oordeel van de rechtbank

In de zaak tegen de ouders zijn de vorderingen van slachtoffers en nabestaanden afgewezen. Volgens de rechtbank beschikten de ouders niet over (voldoende) concrete wetenschap die kon duiden op het gevaar dat zich (achteraf bezien) heeft verwezenlijkt. Het is goed op te merken dat hier  – nu Tristan van der V. ten tijde van zijn handelingen al geruime tijd de volwassen leeftijd had bereikt – niet als grondslag is aangevoerd de risicoaansprakelijkheid die de wet op ouders voor jongere kinderen legt (artikel 6:169 BW), maar een door de ouders zelf (beweerdelijk) begane onrechtmatige daad, die eruit zou hebben bestaan dat zij weet (moeten) hebben gehad van het gevaar dat hun zoon voor zijn omgeving opleverde en desondanks geen afdoende maatregelen hebben genomen om dat gevaar weg te doen nemen (een vorm van gevaarzetting dus). Overigens is ook de WA-verzekeraar van de ouders in rechte betrokken, maar deze heeft kunnen aantonen dat Tristan niet op hun polis was meeverzekerd.

In de zaak tegen de politie heeft de rechtbank in eerste aanleg de betreffende vorderingen eveneens afgewezen. Volgens de rechtbank was weliswaar sprake van aan de politie toe te rekenen onrechtmatig handelen doordat bij de verstrekking van de wapenvergunningen de informatie omtrent de gedwongen opname en de eerdere weigering van een wapenvergunning en de gronden daarvoor – niet waren meegewogen (en dat valt aan te nemen dat bij weging daarvan de vergunning niet had mogen worden verstrekt), maar dienen de door de politie geschonden normen er niet toe om ‘een in beginsel onbeperkte groep van derden te beschermen tegen schade die op veelal niet te voorziene wijze kan ontstaan indien in strijd met de wet is gehandeld bij verlening van wapenverlof’. De rechtbank heeft hiermee toepassing gegeven aan artikel 6:163 BW (de relativiteitsvereiste), inhoudende dat er geen verplichting tot schadevergoeding bestaat indien de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden. Volgens de rechtbank gaat het daarbij in dit geval om een algemeen belang en om vermogensschade (hetgeen strikt genomen juist is omdat dit steeds de inzet is van een civiel geding).

De rechtbank zal mede hebben geleund op de gedachte dat op de overheid een zeer groot aantal wettelijke taken rust en dat ongebreidelde overheidsaansprakelijkheid moet worden voorkomen. De weg via de relativiteitsvereiste is een daartoe door de rechter vaker bewandelede weg. Bekend is bijvoorbeeld het Duwbak-Linda-arrest uit 2004 waarin de Hoge Raad) oordeelde dat op de overheid weliswaar de taak rust om aan het scheepvaartverkeer deelnemende voertuigen op hun deugdelijkheid te onderzoeken, maar dat die verplichting er niet toe strekt om individuele vermogensbelangen van derden te beschermen: wanneer het voertuig vanwege een gebrek schade veroorzaakt (de duwbak was in dit geval gezonken en dat had geleid tot schade aan andere schepen) en blijkt niet deugdelijk te zijn onderzocht, ontstaat deswege dus geen vordering op de Staat.

Het oordeel van het gerechtshof

In hoger beroep oordeel het Hof den Haag anders. Evenals de rechtbank komt ook het hof tot de conclusie dat de politie door het (onterecht) verstrekken van de wapenvergunning onrechtmatig heeft gehandeld. Anders dan de rechtbank komt het hof echter tot het oordeel tot het relativiteitsvereiste niet in de weg staat aan het vorderen van schadevergoeding. Het hof baseert zich daarbij op het feit dat bij de totstandkoming van de Wet wapens en munitie (WWM) weliswaar het accent is gelegd op het voorkomen van illegaal wapenbezit, maar dat al bij de Vuurwapenwet 1919 als doel is geformuleerd ‘de gevaren, welke uit de onbelemmerde verspreiding van wapenen onder de bevolking voortvloeien, te keeren’ en ‘rustige burgers te beschermen tegen gevaren’ en dat in de wetsgeschiedenis van de WWM verder valt te lezen dat ‘wapengebruik de rechtsorde in hoge mate aantast. Moord, doodslag, berovingen, gijzelingen en ontvoeringen plegen met behulp van wapens te worden gepleegd’ en ‘ Wapenbezit is (…) een gevaarzettingsdelict. Dit betekent dat zonder dat een schadelijk gevolg is ingetreden, dus zonder dat er een concreet slachtoffer aanwijsbaar is, al sprake is van strafbaarheid.’ Het hof leidt daaruit af dat het de wetgever dus niet alleen om een collectief veiligheidsbelang is gegaan, maar ook om bescherming van individuele burgers en het voorkomen van slachtoffers. Ten slotte acht het hof van belang dat met de in de WWM geformuleerde weigeringsgronden (voor de verstrekking van een wapenvergunning) mede is beoogd te voorkomen dat ‘misdadigers, zieken van geest en kinderen’ zich op legale wijze van wapens kunnen voorzien en daarmee een misdrijf of zelfmoord plegen. Dit alles leidt het hof ertoe de vorderingen van slachtoffers en nabestaanden alsnog toe te wijzen. Overigens beperkt het hof hun aanspraken tot letsel- en overlijdenschade omdat andere schade in een te ver verwijderd verband tot de aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis staat. Onbekend is of de politie van dit arrest in cassatieberoep heeft ingesteld, maar uit te sluiten valt het niet.

Gevolgen voor overheidsaansprakelijkheid

Het geheel overziend laat zich vaststellen dat het arrest van het hof Den Haag opnieuw de aandacht vestigt op de problematiek van de aard en omvang van overheidsaansprakelijkheid en meer in het bijzonder op de vraag in hoeverre de overheid uit hoofde van haar toezichthoudende taken aansprakelijk kan en moet worden gehouden voor schade die zij niet zelf heeft veroorzaakt. Enerzijds moet worden bedacht dat de overheid geen alomvattend toezicht kan uitoefenen en ook niet (subsidiair) garant zou moeten staan voor alle schadeveroorzakende gedragingen en gebeurtenissen op haar grondgebied, anderzijds kan een toebedeling van een wettelijke taak uiteraard ook geen vrijblijvende aangelegenheid zijn en blijven. Binnen dit spanningsveld is het lastig laveren.

Waar lange tijd uitgangspunt lijkt te zijn geweest dat de overheid niet moet kunnen worden aangesproken voor schending van regelgeving waarmee ‘het algemeen belang’ wordt gediend, legt het hof Den Haag in deze zaak de nadruk op de belangen van (potentiele) slachtoffers. Het hof baseert zich daarbij weliswaar op de wetsgeschiedenis waarin die belangen ook zijn benoemd, maar de hier besproken zaak legt impliciet de vinger op een zere plek: valt het algemeen belang eigenlijk niet (vaak) samen met individuele belangen? Is het wel mogelijk en zinvol om hier een scherp onderscheid aan te brengen? Eenzelfde discussie is bijvoorbeeld gaande bij de vraag in hoeverre de overheid gehouden is milieuwetgeving te effectueren en te handhaven en ook daar lijkt sprake van een andere koers in de rechtspraak: milieunormen dienen niet alleen een algemeen belang maar vanzelfsprekend ook individuele (gezondheid)belangen en de overheid die zich deze taak aantrekt kan daarop ook (bijvoorbeeld door milieugroeperingen) worden aangesproken. Wanneer die lijn wordt doorgezet ligt uitbreiding van overheidsaansprakelijkheid in het verschiet.

Wilt u meer weten over deze uitspraak, neem dan vooral contact op met mr. Mert Kremer

ONZE MENSEN VAN A TOT Z//
CONTACT Mert Kremer
  • Incasso debiteuren, regel het goed! NAAR NIEUWS//
  • Automatisch gezag bij erkenning?
  • Restschuld na crisis; kan ik mijn bank daarvoor verantwoordelijk houden?
  • Geen huwelijkse voorwaarden? Toch blijft privé, wat privé was.
  • Ontslag nemen, lagere alimentatie?
  • Belangrijke termijn voor werknemers bij ontslag op staande voet
  • Dienstverband laten ‘slapen’ om geen transitievergoeding te hoeven betalen, is toegestaan
  • Twaalf jaar partneralimentatie?
  • Van twee naar vier ouders?
  • Overlast door huurders: wat vindt het Gerechtshof daarvan?
  • De failliete huurder: leegstandschade en de bankgarantie
  • Wetsvoorstel UBO-register omvat nieuwe ‘terugmeldingsplicht’ Wwft-instellingen
  • Is uw gedragsverklaring aanbesteden nog geldig?
  • Een werknemer met twee dienstverbanden? Houd rekening met de Arbeidstijdenwet!
  • Strafvervolging voor bestuurder van beboete rechtspersoon
  • Nieuw ROZ-model huurovereenkomst voor woonruimte
  • Het adviesrecht van de ondernemingsraad in geval van faillissement
  • Transitievergoeding ook verschuldigd bij dienstverband van exact 24 maanden
  • Onteigening Hedwigepolder: gaat de Hoge Raad om?
  • Koop breekt geen huur (maar soms wel in stukjes)
  • UAV-GC 2005: (gevolgen van) onvoorziene omstandigheden?
  • Parfums voor € 30,-. Moet Bol.com leveren?
  • Provincie Fryslân kan door met inpassingsplan
  • Valse reviews op internet: niet zonder consequenties
  • Transitievergoeding bij langdurig arbeidsongeschiktheid: geld terug?
  • Onteigening Hedwigepolder: Hoge Raad bevestigt rechtbankvonnis
  • Natrekking versus wegbreekrecht; voor wie gaat de zon op?
  • Nederlands huurstelsel niet in strijd met het eigendomsrecht
  • Belangrijk arrest HvJ EU over toepassing van de Dienstenrichtlijn bij bestemmingsplanregels over detailhandel
  • Goodwill valt niet onder tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten bij dringend eigen gebruik
  • De statutair directeur (deel 1) – Benoeming en indiensttreding
  • Overheid wil het aantal vechtscheidingen terugdringen
  • De statutair directeur (deel 2) – Ontslag: geen ontslagbescherming, maar niet vogelvrij
  • Verborgen camera’s: diefstal op de werkvloer NAAR NIEUWS//
  • De meest gestelde vragen over de AVG: deel 1 – Minder dan 250 werknemers: toch een verwerkingsregister bijhouden? NAAR NIEUWS//
  • De meest gestelde vragen over de AVG: deel 2 – Toestemming niet altijd nodig NAAR NIEUWS//
  • Bankbreuk; wat is dat eigenlijk? NAAR NIEUWS//
  • Wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans: wat verandert er? Wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans: wat verandert er?
  • Trip Advocaten & Notarissen trekt opnieuw ervaren juristen aan
  • Een brancheringsregeling in een bestemmingsplan: Mag dat?
  • Heeft u al een privacystatement voor uw werknemers?
  • Kwijtschelden van studiekosten kost u mogelijk meer dan u denkt
  • Mijn werknemer heeft schulden. Wat nu?
Stel Hier Uw Vraag contactformulier//