Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Terwijl de stofwolken rondom Appingedam nog niet helemaal zijn neergedaald, deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) op 28 augustus 2019 opnieuw een richtinggevende uitspraak over de toepassing van de Dienstenrichtlijn. Ditmaal stond het bestemmingsplan “Sint Antoniusplein” voor het gelijknamige winkelcentrum in Sneek  centraal, dat oppervlaktevoorschriften voor (individuele) detailhandelsvestigingen in dagelijkse en niet-dagelijkse goederen en horecagelegenheden bevat en de vestiging van maximaal één supermarkt toestaat. De eigenaar van het winkelcentrum vond de planregeling te beperkend en ging hiertegen in beroep. Zij beriep zich onder andere op de Dienstenrichtlijn.

 

In de loop van de procedure werd arrest gewezen in de zaak Visser Vastgoed (HvJ EU 30 januari 2018, ECLI:EU:C:2018:44). Naar aanleiding hiervan heeft de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân de noodzakelijkheid, geschiktheid en evenredigheid van de planregeling (nader) onderbouwd, met behulp van twee rapporten van Rho adviseurs. Net als in de Appingedam-zaak toetst de Afdeling uitvoerig of aan de drie criteria uit de Dienstenrichtlijn is voldaan. Maar de uitspraak van 28 augustus 2019 is vooral interessant, omdat de Afdeling zich in de Appingedam-zaak nog niet over de toelaatbaarheid van oppervlaktevoorschriften heeft uitgelaten.

 

Doelstelling van de oppervlaktevoorschriften is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een goede voorzieningenstructuur in Sneek en omstreken te bevorderen, onder andere door leegstand in het stadscentrum zoveel mogelijk te voorkomen. Tegelijkertijd faciliteert de regeling op het Sint Antoniusplein een brede commerciële bezetting, waarbij ook andere functies dan detailhandel zijn toegestaan. Meer concreet wordt met de regeling beoogd te voorkomen dat de verschillende profielen van enerzijds het stadscentrum van Sneek, dat gekenmerkt wordt door een kleinschalige verkaveling, en anderzijds de schillocaties, zoals het winkelcentrum Sint Antoniusplein, door verwatering in elkaar samenvloeien en dat géén van deze gebieden nog een eigen aantrekkingskracht zal hebben.  

 

De Afdeling concludeert dat de gemeenteraad zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de in het plan opgenomen oppervlaktevoorschriften noodzakelijk én effectief zijn en niet verder gaan dan nodig is om de door de gemeenteraad beoogde doelen te bereiken. Ook de beperking tot één supermarkt verdraagt zich naar het oordeel van de Afdeling met de Dienstenrichtlijn. Bovendien is deze beperking volgens de Afdeling (ook) gerechtvaardigd, omdat in de periode dat op de locatie feitelijk wel een supermarkt is geëxploiteerd, is gebleken van overschrijding van de geluidwaarden van het Activiteitenbesluit én een tweede supermarkt strijdig is met gemeentelijk beleid.

 

De gemeenteraad werd, in nauwe samenwerking met Rho adviseurs, SPA WNP Ingenieurs en Bro, bijgestaan door Meriam Bauman, Hans van Ophem en Ingeborg Wind van Trip Advocaten & Notarissen.

 

De complete uitspraak vindt u op de website van de Afdeling.