Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Hoe stuit je  verjaring van dwangsommen bij lopende procedures?

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 27 juli 2016, zaaknummer 201503536

Relevantie:

  • Veel gemeenten schorten de inning van dwangsommen op in afwachting van de uitkomst van procedures tegen de last onder dwangsom c.q. de invorderingsbeschikking.
  • Daarmee wordt nogal eens géén stuiting van de verjaring bewerkstelligd; dag dwangsom!
  • De Afdeling komt in deze uitspraak overheden enigszins tegemoet: stuiting van verjaring wordt eerder aangenomen, maar dat is beperkt tot bijzondere gevallen.
  • Waarom niet gewoon de verjaring stuiten door een herhaalde aanmaning (artikel 4:112 Awb)? Of anders: verjaringstermijn verlengen door uitstel van betaling (artikel 4:94 Awb). 

Inning opschorten zolang procedures lopen…

Nogal wat overheden staken de inning van dwangsommen in afwachting van de uitkomst van bestuursrechtelijke procedures over de last onder dwangsom en invorderingsbeschikking (en soms ook het onderliggende besluit, zoals een vergunning). Juist dan is het zaak de verjaringstermijn in de gaten te houden en tijdig te stuiten. En daar kan het al gauw fout gaan, zie ABRvS 5 augustus 2015, nr. 201406288 voor een klassiek voorbeeld: de mededeling dat hangende de bezwaar- respectievelijk (hoger)beroepsprocedure het invorderingstraject wordt opgeschort, stuit of verlengt de verjaring niet: het is geen wettelijke stuitingshandeling en ook geen uitstel van betaling.

Ook in de uitspraak van 27 juli 2016 ging het om het aanhouden van verdere invordering hangende de procedures over de last onder dwangsom. De gemeente Noordwijk leek de fout in te gaan, maar de Afdeling stak een reddende hand uit en dat leverde de gemeente een paar ton op. Hierna volgen eerst enkele basisregels van stuiting van de verjaring; daarna volgt een bespreking van de uitspraak van de Afdeling en wat die daaraan heeft veranderd. Ten slotte enkele praktijktips hoe je, ook tijdens een procedure, verjaring kunt voorkomen.

Stuiting is aan strikte regels gebonden

Stuiting brengt mee dat met aanvang van de volgende dag, een nieuwe verjaringstermijn van (bij dwangsommen) een jaar begint te lopen (artikel 4:110, eerste lid; alle in dit stuk genoemde artikelen zijn van de Awb). Verjaring wordt gestuit door “een daad van rechtsvervolging” (artikel 4:105, eerste lid), zoals het uitbrengen van een dagvaarding (hier verder niet relevant), door een erkenning van de schuldenaar van het recht op betaling (artikel 4:105, tweede lid), door een aanmaning als bedoeld in artikel 4:112), door een beschikking tot verrekening of een dwangbevel dan wel door een daad van tenuitvoerlegging van een dwangbevel, zoals beslaglegging (artikel 4:106). NB: een invorderingsbeschikking stuit de verjaring niet.

Andere mogelijkheden voor de overheid om verjaring van dwangsommen te stuiten kent de Awb niet. Althans, zo leek het, tot aan genoemde uitspraak van 27 juli 2016.

Gemeente stuit met een “aanzegging” – die de Awb niet kent

B&W van Noordwijk hadden een investeringsmaatschappij een last onder dwangsom opgelegd tot het opknappen van haar verpauperde pand. Er werd een bedrag van enkele tonnen aan dwangsommen verbeurd. In vlot tempo verzond de gemeente aanmaningen in de zin van artikel 4:112, betekende dwangbevelen en ging vervolgens (bij gebreke van betaling) over tot beslaglegging op het pand.

De gemeente besloot voorzichtig (en waarschijnlijk verstandig) om niet alvast tot inning (door executoriale verkoop van het pand) over te gaan maar de uitkomst van de bestuursrechtelijke procedures tegen de last onder dwangsom af te wachten. Die procedures duurden ruim twee jaar. Om verjaring te voorkomen had de gemeente bij deurwaardersexploot de investeringsmaatschappij tijdig aangezegd dat zij onverkort aanspraak maakte op de dwangsommen en dat daarmee de verjaring was gestuit, zo was in het exploot vermeld.

“Aanzegging” soms effectief

De vraag was of met zo’n aanzegging de verjaring was gestuit. De investeringsmaatschappij vond van niet: een dergelijke aanzegging wordt immers niet in de Awb genoemd als middel om te stuiten. Het betrof ook geen aanmaning in de zin van artikel 4:112: die moet voor de aangeschrevene de onmiskenbare waarschuwing bevatten dat als hij niet tijdig betaalt, na afloop van de daarin vermelde betalingstermijn, dwanginvordering zal volgen. Een dergelijke mededeling stond niet in de “aanzegging” en die kon dus niet als aanmaning gelden.

Maar de Afdeling oordeelde dat de verjaring, met deze aanzegging, wel degelijk tijdig was gestuit. Volgens de Afdeling was de aanzegging een mededeling waarbij de gemeente zich ondubbelzinnig haar recht op nakoming (lees: betaling) voorbehoudt. Gezien de omstandigheden van het geval stelt de Afdeling deze aanzegging gelijk met de hiervoor genoemde, wettelijk erkende stuitingshandelingen (zie de artikelen 4:105 en 4:106): de gemeente had reeds aangemaand (in de zin van artikel 4:112), dwangbevelen betekend en beslag gelegd. De investeringsmaatschappij was derhalve ampel in de gelegenheid gesteld te betalen en was gewaarschuwd dat invorderingsmaatregelen zouden worden getroffen en de kosten daarvan zouden worden verhaald. “Van het college mocht onder de hiervoor vermelde omstandigheden niet worden gevergd opnieuw een aanmaning overeenkomstig artikel 4:112 van de Awb te versturen”, aldus de Afdeling.

Ook met de “aanzegging” was tijdig gestuit; de gemeente had haar bevoegdheid tot invordering dus niet door verjaring verloren.

Drie aandachtspunten

  • Een aanzegging (uitgebracht bij deurwaardersexploot) kan als stuitingshandeling fungeren mits daarvóór (i) is aangemaand overeenkomstig artikel 4:112, (ii) een dwangbevel is uitgevaardigd en (iii) beslag is gelegd. Wanneer één van deze drie elementen ontbreekt, is onzeker of ook dan kan worden volstaan met een dergelijke aanzegging. In de inningspraktijk zal lang niet altijd aan alle drie vereisten zijn voldaan. 
  • Impliciet oordeelt de Afdeling dat de gemeente de verjaring óók had kunnen stuiten door nogmaals een aanmaning overeenkomstig artikel 4:112 te versturen, zie (eveneens impliciet) reeds ABRvS 6 mei 2015, zaaknummer 201401555, r.o. 9. In de literatuur is enige discussie óf een dergelijke, herhaalde aanmaning de verjaring stuit. Als dat wel zo is (en daar lijken genoemde uitspraken van de Afdeling sterk op te duiden), dan kun je daarmee tamelijk eenvoudig verjaring voorkomen, ook in gevallen waarin geen dwangbevel is uitgevaardigd en beslag is gelegd. Het zou voor de praktijk zeer nuttig zijn indien de Afdeling expliciet bevestigt dat ook enkel een tijdig herhaalde aanmaning stuitende werking heeft.   
  • In gevallen als hier beschreven wil de overheid blijkbaar niet invorderen voordat de last onder dwangsom en/of het invorderingsbesluit (zie artikel 5:39 voor de concentratie van bezwaar/beroep tegen beide besluiten) onherroepelijk is geworden. In zo’n geval kun je ook, voor de duur van de bezwaar-, beroeps- c.q. hogerberoepsprocedures uitstel van betaling als bedoeld in artikel 4:94, eerste lid verlenen. Met uitstel van betaling (de formulering daarvan luistert nauw) wordt de verjaring verlengd met dat uitstel. Voorbeeld: wanneer uitstel wordt verleend op een moment dat nog maar twee maanden resteerde van de verjaringstermijn, dan resteert na afloop van de uitsteltermijn ook nog slechts twee maanden. Zowel bij stuiting als bij verlenging blijft het dus zaak om de termijnen goed in de gaten te houden.

 Voor vragen of opmerkingen: Hans van Ophem