Wet kwaliteitsborging voor het bouwen: een nieuw stelsel voor bouwtoezicht (deel 1/2)

Onlangs is bekend geworden dat de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: “Wkb”) met een half jaar wordt uitgesteld. De uitgestelde invoering van de Wkb is het gevolg van de uitgestelde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet, waaraan de Wkb is gekoppeld. De Wkb zal hierdoor op 1 juli 2022 in werking treden. Desondanks is het goed om op de hoogte te zijn van de wijzigingen die de Wkb met zich meebrengt. Eén van de belangrijkste wijzigingen betreft het gewijzigde stelsel voor bouwtoezicht. In dit eerste deel van het Wkb-blog informeren wij u over de aanstaande veranderingen rondom het bouwtoezicht.

 

Huidige stelsel

In het huidige stelsel ligt de verantwoordelijkheid voor het bouwtoezicht bij de gemeente, meer specifiek bij het college van burgemeester en wethouders. Het college heeft in dat kader een aantal taken: het toetst de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen, het controleert de uitvoering van de bouwwerkzaamheden en het toetst of de staat van bestaande bouwwerken voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Ook toetst het college ruimtelijke ordeningsaspecten, zoals de vraag of er wordt gebouwd overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan.

 

Nieuw stelsel

In het nieuwe stelsel onder de Wkb zal het bouwtoezicht opnieuw worden ingericht. Een van de belangrijkste (huidige) taken van het college, namelijk de toetsing of aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 is voldaan, komt te liggen bij een onafhankelijke, private toezichthouder, ook wel de “kwaliteitsborger” genoemd.

 

De kwaliteitsborger toetst met behulp van instrumenten van kwaliteitsborging, bijvoorbeeld een beoordelingsregeling/certificeringsregeling, of de bouwkwaliteit voldoet aan de wettelijke voorschriften. Het instrument wordt gemaakt door een “instrumentenaanbieder”, zoals een branchevereniging of een certificerende instelling. Die instrumentaanbieders moeten de instrumenten op hun beurt weer laten toetsen door een toelatingsorganisatie. Na goedkeuring worden de instrumenten ook tussentijds getoetst door de toelatingsorganisatie. De toegelaten instrumenten, voor welk type bouwwerk dat instrument geschikt is en de bijbehorende kwaliteitsborgers worden in een landelijk openbaar register opgenomen.

 

Gedurende het bouwproces dient de kwaliteitsborger het bouwwerk te controleren op eventuele gebreken. Op het moment dat de kwaliteitsborger tijdens het bouwproces ziet dat het werk niet zal voldoen aan de bouwtechnische eisen, dan dient hij dit de melden bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan vervolgens tot handhaving overgaan. Bij de oplevering van het bouwwerk geeft de kwaliteitsborger een verklaring af waaruit volgt dat er “gerechtvaardigd vertrouwen bestaat” dat het bouwwerk aan de geldende (bouw)regelgeving voldoet. Indien voornoemd gerechtvaardigd vertrouwen ontbreekt, geeft de kwaliteitsborger geen verklaring af. Zonder deze verklaring kan het bouwwerk niet gereed worden gemeld en dus ook niet in gebruik worden genomen. De Wkb schrijft namelijk voor dat een bouwwerk alleen in gebruik mag worden genomen als het bouwwerk tien dagen voor het feitelijk gebruik gereed is gemeld bij het bevoegd gezag. Bij de gereedmelding moet een opleverdossier worden verstrekt, waaronder dus begrepen een verklaring van een kwaliteitsborger.

 

Wat verandert er voor de praktijk?

De opdrachtgever vraagt straks voorafgaand aan de bouw, indien noodzakelijk, een omgevingsvergunning aan bij het college. Na de inwerkintreding van de nieuwe Omgevingswet zal de huidige omgevingsvergunning worden opgeknipt in twee type omgevingsvergunningen: een bouwtechnische omgevingsvergunning en een omgevingsvergunning die is verplicht op grond van het omgevingsplan. Wanneer en welke vergunning precies vereist is, hangt af van de omstandigheden van het geval zoals het type bouwwerk en de geldende regelgeving ter plaatse.

 

Is een vergunning noodzakelijk, dan stelt de gekozen kwaliteitsborger een borgingsplan op, met daarin o.a. een uitwerking van de controlemomenten en inspectiepunten. Het borgingsplan wordt vervolgens tezamen met de vergunningsaanvraag ingediend bij de gemeente. De wet schrijft niet voor welke partij de kwaliteitsborger kiest, de opdrachtgever of de aannemer. Als hierover contractueel niets is afgesproken, kan de aannemer in beginsel zelf een kwaliteitsborger aanwijzen. Bij het kiezen van een kwaliteitsborger moet rekening worden gehouden met het type instrument waarmee de kwaliteitsborger mag werken. Het type bouwwerk bepaalt welk type instrument is toegestaan en dus ook welke kwaliteitsborger geschikt is om in te schakelen. De gekozen kwaliteitsborger mag niet op een andere wijze betrokken zijn bij het bouwproject om zo zijn onafhankelijkheid te borgen.

 

Tijdens de bouwwerkzaamheden controleert de kwaliteitsborger of gewerkt wordt conform het gekozen instrument. Na afloop van de bouw wordt de kwaliteit nogmaals door de kwaliteitsborger getoetst, waarna hij een verklaring afgeeft. De opdrachtgever stuurt deze verklaring tezamen met een gereedmelding van het bouwwerk aan het college.

 

Tot slot

Met de komst van het nieuwe stelsel van bouwtoezicht onder de Wkb gaat er dus veel veranderen voor de bouwsector. De werkwijze van bouwbedrijven moeten worden heringericht en ook overheden krijgen een nieuwe rol binnen het bouwtoezicht waarop geanticipeerd dient te worden. Daarnaast rijst de vraag naar voor- en nadelen voor opdrachtgevers en aannemers om al dan niet zelf de controle te hebben over de keuze en aanwijzing van een kwaliteitsborger.

 

Heeft u vragen over de Wkb en wat dit mogelijk kan betekenen voor uw organisatie? Neem dan gerust contact op met Jeroen Knot.