Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Beperkte uitzondering voor windmolens op nieuwe eisen voor verdeling van schaarse vergunningen

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 30 augustus 2017, o.a. ECLI:NL:RVS:2017:2331

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927

Relevantie:

  • Bij de verdeling van schaarse vergunningen moeten potentiële gegadigden gelijke kansen krijgen om in een transparante procedure mee te dingen.
  • De Afdeling formuleert voorwaarden waaraan een dergelijke procedure in ieder geval moet voldoen, met name tijdige bekendmaking van (i) mogelijkheid tot aanvragen van de vergunning, (ii) het tijdvak voor indiening, (iii) de te volgen procedure en (iv) de selectiecriteria.
  • Ook dient de vergunning slechts voor een bepaalde periode te worden verleend, zodat gegadigden niet te lang “buitenspel” worden gezet. De periode zal per geval kunnen verschillen.
  • Op dat tijdelijk karakter van de vergunning heeft de Afdeling onlangs een voor de praktijk belangrijke uitzondering gemaakt, en wel voor windmolens. 

Inleiding

We bespreken eerst de basis van de nieuwe lijn in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) over schaarse vergunningen, die zij eind vorig jaar heeft ingezet.

Daarna gaan we in op genoemde, voor de praktijk belangrijke uitzondering daarop, die de Afdeling eind augustus 2017 heeft vastgesteld.  

De nieuwe lijn: transparantie en gelijke kansen

Op 2 november 2016 zette de Grote Kamer van de Afdeling een nieuwe lijn uit over hoe schaarse vergunningen verdeeld moeten worden. Het ging om een zaak in de gemeente Vlaardingen en betrof de verlening van een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal. De gemeenteraad had in een verordening bepaald dat daar maar één van kon worden verleend, door de burgemeester. Dat is op zichzelf toegestaan. Aan de Afdeling werd de vraag voorgelegd welke mededingingsruimte aan concurrerende ondernemers gegeven moet worden door het bestuursorgaan bij een dergelijke type schaarse vergunning.

Hoe om te gaan MET meerdere aanvragen voor één vergunning?

Appellante had sinds eind jaren ’80 herhaaldelijk bij het college en raad geïnformeerd naar mogelijkheden om voor die ene vergunning in aanmerking te komen. Desondanks verleende de burgemeester, eind 2012, de exploitatievergunning aan een andere exploitant dan appellante. Dit terwijl appellante ook een aanvraag had ingediend, die door de burgemeester werd afgewezen, onder meer op de -weinig subtiele- grond dat al een vergunning was verleend aan haar concurrent.

De zaak kwam, na bezwaar en beroep, bij de Afdeling terecht.

De Afdeling zag zich voor de vraag gesteld of er naar nationaal recht een rechtsnorm is, die ertoe strekt dat bij de verlening van schaarse vergunningen door het bestuur op enigerlei wijze ruimte moet worden geboden voor (potentiële) gegadigden om naar de beschikbare vergunning(en) mee te dingen. Deze vraag is voorgelegd aan A-G Widdershoven, die daar op heeft geantwoord in zijn conclusie van 25 mei 2016.

GELIJKE KANSEN EN TRANSPARANTIE

De A-G antwoordde bevestigend en stelt dat deze norm is gebaseerd op het beginsel van gelijke kansen. De wet sluit geen wijze van verdeling uit maar het bestuur moet, teneinde het beginsel van gelijke kansen te realiseren, een passende mate van openbaarheid garanderen ten aanzien van de beschikbaarheid van de schaarse vergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria. Tevens stelt de A-G dat schaarse vergunningen in beginsel slechts worden verleend voor een bepaalde periode, zodat andere gegadigden niet voor altijd buitenspel worden gezet.

De Afdeling schaart zich achter de conclusie van de A-G, dat in het Nederlandse recht een rechtsnorm geldt die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen door het bestuur op enigerlei wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte moet worden geboden om naar beschikbare vergunning(en) mee te dingen. Voorts deelt de Afdeling de conclusie van de A-G dat het bestuur om gelijke kansen te realiseren een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot:

  • de beschikbaarheid van de schaarse vergunning;
  • de verdelingsprocedure;
  • het aanvraagtijdvak; en,
  • de toe te passen criteria.

Het bestuur moet hierover tijdig voorafgaand aan de start van de aanvraagprocedure duidelijkheid scheppen door informatie over deze aspecten bekend te maken in bijvoorbeeld het elektronisch gemeente- of provincieblad (het transparantiebeginsel).

Concluderend stelt de Afdeling dat de burgemeester heeft gehandeld in strijd met dit transparantiebeginsel door niet tijdig en adequaat bekend te maken dat en gedurende welke periode een aanvraag voor een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal kon worden ingediend, welke eisen daaraan werden gesteld en welke verdelingsmaatstaven zouden worden gehanteerd. Daarom moest de hele procedure opnieuw doorlopen worden, waarbij wel gelijke kansen worden geboden en transparantie wordt betracht.

Windmolens in de provincie Noord-Holland

Eind augustus 2017 sprak de Afdeling zich opnieuw uit over schaarse vergunningen, ditmaal in een provinciale kwestie.

Provinciale staten van Noord-Holland hadden in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) onder meer een algemeen verbindend voorschrift opgenomen, inhoudende dat initiatiefnemers pas een windmolen mogen realiseren na daartoe een vergunning van gedeputeerde staten te hebben verkregen en dat de verlening van vergunningen onder meer niet tot gevolg mag hebben dat in totaal meer dan 685,5 Megawatt windenergie op het grondgebied van de provincie wordt opgewekt. Ook hier werd dus een maximum gesteld aan de hoeveelheid te verlenen vergunningen.

Gedeputeerde staten hebben vervolgens een uitvoeringsregeling opgesteld, waarin een verdeelprocedure is vastgelegd met als criterium een rangschikking op ruimtelijke kwaliteit. Verschillende partijen vroegen daarop bij gedeputeerde staten een omgevingsvergunning aan, waarvan enkele werden afgewezen. Niet op grond van ruimtelijke kwaliteit, maar op grond van de voorwaarden uit de PRV.

De Afdeling oordeelde ten aanzien van zowel de PRV als de uitvoeringsregeling dat respectievelijk provinciale staten en gedeputeerde staten bevoegd waren om deze regels vast te stellen en dat zij niet in strijd zijn met het beginsel van gelijke kansen. Bovendien waren de regelingen, waarin de criteria en de verdelingsprocedure zijn opgenomen, tijdig gepubliceerd, waardoor alle aanvragers in de gelegenheid zijn gesteld een aanvraag voor te bereiden en in te dienen.

Opmerkelijk is de uitzondering die de Afdeling maakt op de eis dat een schaarse vergunning slechts voor bepaalde tijd mag worden verleend, zoals deze volgt uit de hiervoor behandelde uitspraak. Een vergunning voor het oprichten van windmolens op privaat eigendom leent zich volgens de Afdeling in beginsel niet voor een tijdelijke vergunning, waardoor gedeputeerde staten in dit geval deze eis buiten toepassing heeft kunnen laten. De jurisprudentie zal nog moeten uitwijzen welke factoren van belang zijn ter bepaling of een schaarse vergunning tijdelijk moet zijn; de aard van hetgeen de vergunning toestaat zal daarbij logischerwijs centraal staan.

Lessen voor de praktijk

  • Het is van groot belang om te herkennen wanneer een bepaalde vergunning een schaarse vergunning is.
  • Bij verlenen van een schaarse vergunning dient de nodige zorgvuldigheid betracht te worden. Er moet sprake zijn van gelijke kansen en transparantie voor alle gegadigden. Publiceer tijdig alle relevante gegevens over de procedure en de criteria voor verdeling.
  • Bepaal of de vergunning slechts voor een bepaalde periode moet gelden en, zo ja, hoe lang deze dient te zijn. Dat zal van geval tot geval kunnen verschillen. Voor windmolens op private grond geldt in ieder geval (in beginsel) géén verplichte beperking in duur.

Heb je vragen of opmerkingen, neem dan contact op met Tobias Polak