Kan een kind straks 4 ouders hebben?

Kan een kind straks 4 ouders hebben? 

Ontwikkelingen in het familierecht

Meer verschillende gezinssituaties dan vroeger

Enkele tientallen jaren geleden was het (juridisch) ouderschap vrij duidelijk. Kinderen werden voornamelijk geboren uit het huwelijk van een man en een vrouw en een kind had automatisch twee ouders. Dat is tegenwoordig wel anders. Tegenwoordig kennen we eenoudergezinnen, samengestelde gezinnen (fusiegezinnen), gezinnen van ouders van gelijk geslacht (regenbooggezinnen), meergeneratiegezinnen en meerdere personen die met elkaar een of meer kinderen verzorgen en opvoeden. Dat kan veel (juridische) problemen opleveren.

Om de belangen van kinderen in dit soort gezinssituaties juridisch te waarborgen, heeft de overheid een onderzoek laten instellen door een staatscommissie. Deze staatscommissie heeft een aantal voorstellen gedaan om de regelgeving hierover aan te passen, zoals het instellen van een regeling voor juridisch meerouderschap, meeroudergezag en een Nederlandse regeling voor draagmoederschap.

Maximaal vier juridische ouders

Een van de voorwaarden voor juridisch meerouderschap zou moeten zijn dat een kind maximaal vier juridische ouders kan hebben, die maximaal twee huishoudens vormen. Vóór de conceptie (dus zelfs voor de verwekking al) van het kind moeten de ouders aan de rechter een meerouderschapsovereenkomst voorleggen. In deze overeenkomst staan de afspraken die zijn gemaakt over onder meer zorg- en opvoedingstaken, de hoofdverblijfplaats van het kind, de verdeling van de financiële lasten en de geslachtsnaam. Voor het toekomstige kind zal een bijzondere curator worden benoemd, die de rechter moet adviseren over de zorgvuldigheid van het traject. Belangrijk is dat een duidelijk aanwijsbare band bestaat tussen alle ouders enerzijds en het kind anderzijds. Daarnaast adviseert de staatscommissie dat meerdere personen het gezag over een kind kunnen uitoefenen (meerpersoonsgezag).

Politiek schuift heikele ouderschapskwestie door

De huidige regeringspartijen hebben afgesproken nu geen beslissingen te nemen over de kwestie van het meervoudig ouderschap. Ze zijn verdeeld over de vraag of kinderen in juridisch opzicht meer dan twee ouders kunnen hebben. Hierbij spelen namelijk vele vragen op het gebied van erfenissen, ouderlijk gezag, nationaliteit en achternaam.

Naast deze vragen kan ik me ook nog indenken dat er wat praktische problemen op te lossen zijn, want hoe vier je kerst als de (vier!) ouders gescheiden zijn, kerst telt immers nog altijd maar twee dagen en hoe neem je beslissingen voor het kind als de ouders niet meer door één deur kunnen; gelden dan de meeste stemmen? Kortom, er zijn nog wel wat punten op de i te zetten voordat er een wetsvoorstel ligt.

De partijen hebben afgesproken dat het kabinet er wel onderzoek naar gaat doen en eventueel later met voorstellen komt. Door af te spreken dat er onderzoek wordt gedaan naar een aanpassing van het familierecht, schuiven de partijen een besluit voor zich uit. De discussie over ingewikkelde gezinssituaties en het meervoudig ouderschap is actueel en wordt dus vervolgd!

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of advies over gezinssituaties en hoe u dat het beste juridisch kunt regelen, neem dan contact op met mr. Fleur van de Venne.

 

Van Crisiswet naar Transitiewet Omgevingswet: mooie ontwikkeling, maar waar blijft het klimaat?

Van Crisiswet naar Transitiewet Omgevingswet: mooie ontwikkeling, maar waar blijft het klimaat? 

Inleiding

Op 6 september 2018 is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel tot wijziging van de Crisis- en herstelwet (Chw) ingediend (Kamerstukken II 2017/18, 35 013, nrs. 1-3). De Raad van State heeft positief geadviseerd over dit wetsvoorstel. Het streven is de wet op 1 januari 2019 in werking te laten treden. In dit blok worden de belangrijkste aanpassingen beschreven.

De Crisis- en herstelwet

In 2009 is het voorstel voor de Crisis- en herstelwet (Chw) ingediend met als doel het bestrijden van de mondiale financiële en economische crisis en het bevorderen van een goed en duurzaam herstel van de economische structuur. In eerste instantie had de Chw een tijdelijk karakter, maar in 2014 heeft deze wet een permanente plaats gekregen. Nu de economie weer aantrekt, is het doel van de Chw het aanpakken van maatschappelijke belangen, waaronder met name het tekort aan woningen. Met de Chw wordt nagestreefd de procedures om onder andere woningbouw te realiseren, te verkorten, vereenvoudigen en versnellen.

Verhouding tot de Omgevingswet

Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, voorzien op 1 januari 2021, zal de Chw komen te vervallen. Om vooruitlopend op de stelselherziening ruimte te bieden voor duurzame ontwikkeling, wordt door de Chw de mogelijkheid geboden alvast gebruik te maken van een aantal instrumenten uit de Omgevingswet. Op deze manier kunnen gemeenten experimenteren en ervaring opdoen met deze instrumenten, wat een gestroomlijnde implementatie van de Omgevingswet in 2021 ten goede komt. In zoverre kan worden gesteld dat de crisiswet officieel is getransformeerd naar transitiewet, een rol die door de Chw overigens de laatste jaren al in toenemende mate is ingenomen, bijvoorbeeld door introductie en toepassing in de praktijk van het populaire bestemmingsplan verbrede reikwijdte.

De voorgestelde wijzigingen

Het wetsvoorstel tot wijziging van de Chw valt uiteen in de vijf onderdelen die hieronder worden besproken. Met de voorgestelde wijziging is beoogd de experimenteermogelijkheden vooruitlopend op inwerkingtreding van de Omgevingswet verder te verbeteren en vereenvoudigen.

  • Wijziging 1: Uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden van het projectuitvoeringsbesluit

Het projectuitvoeringsbesluit (artikel 2.10 Chw) is een snelle manier om een besluit te nemen voor het uitvoeren van woningbouwprojecten (van 12 tot 2.000 woningen) en projecten met een maatschappelijke betekenis (onderwijs en zorg). Het levert extra snelheid op wanneer het gewenste bouwproject niet past binnen het geldende bestemmingsplan en vergunningen en toestemmingen moeten worden verleend. Het projectuitvoeringsbesluit combineert de planologische toestemming en de benodigde uitvoeringsbesluiten namelijk in één besluit. Bovendien is hiertegen slechts beroep in één instantie mogelijk. Op dit moment ligt de bevoegdheid tot het nemen van een dergelijk projectuitvoeringsbesluit bij de gemeenteraad. Gelet op de beperkte vergaderfrequentie van de gemeenteraad kan dit leiden tot vertraging in de besluitvorming. Het wetsvoorstel beoogt deze bevoegdheid over te hevelen naar het college van burgemeester en wethouders. Wel is een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de gemeenteraad vereist wanneer het projectuitvoeringsbesluit afwijkt van het bestemmingsplan. Hiermee wordt aangesloten bij het systeem van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Een kanttekening hierbij is dat bij een vvgb mogelijk de gemeenteraad twee keer moet worden geconsulteerd: Eén keer in de ontwerpfase en één keer bij vaststelling. Verder is dit instrument overigens tot nu toe weinig aantrekkelijk gebleken vanwege de mogelijkheid om de coördinatieregeling uit de Wro toe te passen. In sommige gevallen komt daar nu wellicht verandering in, nu met de wijziging eveneens wordt voorgesteld het projectuitvoeringsbesluit ook toe te passen op een besluit/ontheffing genomen op grond van hoofdstuk 3 Wet natuurbescherming (soortenbescherming), mits vergezeld van een vvgb van het college van gedeputeerde staten. Hierdoor is niet langer een afzonderlijk besluit vereist. Het doel van deze uitbreiding is het aantrekkelijker maken van het projectuitvoeringsbesluit waardoor meer bestuursorganen hier gebruik van zullen maken. Gebruik ervan kan leiden tot een versnelling van een jaar.

  • Wijziging 2: Niet altijd een vvgb van het college van burgemeester en wethouders voor ontwikkelingsgebieden

Naar huidig recht moet het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 2.3 Chw altijd een verklaring van geen bedenkingen afgeven wanneer voor een ontwikkelingsgebied een ander bestuursorgaan dan het college van burgemeester en wethouders bevoegd is, dus ook voor omgevingsvergunningen die milieuneutraal zijn of waar normaal de reguliere procedure kan worden gevolgd. Door de wijziging kan het college van burgemeester en wethouders op voorhand gevallen bepalen waarin hiervan kan worden afgezien. Overigens wordt naar onze ervaring dit instrument tot nu toe nog maar beperkt toegepast.

  • Wijziging 3: Versnelling van de aanwijzingsprocedure voor experimenten en voor lokale en (regionale) projecten met nationale betekenis

Deze wijziging ziet op versnelling van de procedure voor het ontwikkelingsgebied, het innovatieve experiment en de projecten met nationale betekenis. Op dit moment moeten zowel het experiment als het project/gebied waar het experiment kan worden uitgevoerd worden aangewezen bij AMvB door ze toe te voegen aan het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Bu Chw). In het wetsvoorstel wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds het experiment en anderzijds het gebied/project waar het experiment kan worden uitgevoerd. Het aanwijzen van het experiment dient in het wetsvoorstel nog steeds te geschieden bij AMvB. Het toevoegen van nieuwe gebieden/projecten aan bestaande experimenten kan echter geschieden bij ministeriële regeling. Deze aanpassing levert een versnelling van ten minste zeven maanden op. Deze verkorting van de aanwijzingsprocedure geldt ook voor lokale en (boven)regionale projecten met nationale betekenis.

  • Wijziging 4: Wijziging van de wettelijke criteria op basis waarvan experimenten van wet- en regelgeving kunnen afwijken

Op dit moment is het bij wege van experiment mogelijk om van de in artikel 2.4 Chw genoemde wet- en regelgeving af te wijken, indien voldaan is aan de volgende drie cumulatieve vereisten: 

  1. Bijdrage aan duurzaamheid
  2. Bijdrage aan innovatie
  3. Bijdrage aan de bestrijding van de economische crisis

In het wetsvoorstel is voorgesteld dat het experiment altijd een bijdrage moet leveren aan de duurzame ontwikkeling in de leefomgeving, maar daarnaast slechts aan een van de volgende twee vereisten hoeft te voldoen:

  1. Bijdrage aan de economische structuurversterking
  2. Innovatief zijn

Het valt op dat het begrip ‘bestrijding van de economische crisis’ is vervangen door het begrip ‘economische structuurversterking’. Dit bevestigt het permanente karakter van de Chw. Niet langer is het doel de economische crisis bestrijden, maar het doel is nu permanente aandacht voor het versterken van de economie. Als voorbeelden van economische structuurversterking worden gegeven het toelaten van ontwikkelingen die voor werkgelegenheid zorgen of projecten die de economie toekomstbestendiger maken. Voldoende is overigens dat het experiment een bijdrage levert aan de lokale economie, het hoeft niet per definitie de nationale economie te versterken. Wel wordt van belang geacht, dat experimenten die een bijdrage leveren aan het versterken van de economische structuur ook een duurzaam karakter hebben. Dit criterium kan daarom alleen worden toegepast in combinatie met het criterium duurzame ontwikkeling. Door deze wijziging zullen meer experimenten onder de reikwijdte van de Chw vallen.

  • Wijziging 5: Uitbreiding van de wetten waarvan voor ontwikkelingsgebieden en duurzame innovatieve experimenten af kan worden geweken

Op dit moment kan voor ontwikkelingsgebieden en duurzame innovatieve experimenten op grond van de Chw van een twaalftal wetten worden afgeweken. Door het wetsvoorstel wordt daar nog een viertal wetten aan toegevoegd, te weten de Erfgoedwet (artikel 9.1 lid 1), de Monumentenwet 1988 (hoofdstuk II, paragraaf 2, met uitzondering van artikel 11 lid 1), de Huisvestingswet 2014 en de Leegstandwet. Door deze toevoeging wordt de reikwijdte van de Chw vergroot.

Observaties

Thans wordt door de minister expliciet bevestigd dat de Chw kan worden gezien als een opmaat naar het werken met de Omgevingswet. De Chw heeft in de praktijk deze functie al gekregen via het steeds meer in zwang rakende bestemmingsplan verbrede reikwijdte. De voorgestelde wijzigingen zullen de procedures al met al een stuk korter maken en de reikwijdte van de Chw nog verder verbreden. Dit is in het belang van het aanpakken van maatschappelijke belangen, waaronder het tekort aan woningen. In het kader van woningrealisatie is snelle besluitvorming van belang. Wel zijn de voorgestelde wijzigingen wat ad hoc van aard.

Had dat niet beter gekund? Wat ik mis, is dat de Chw ook zou kunnen voorzien in meer doordachte instrumenten om duurzaamheid verder te bevorderen. Gelet op de doelstellingen die door het kabinet zijn gesteld in verband met het klimaatakkoord van Parijs zou in het kader van “herstel” met de Chw mijns inziens veel meer (in aanvulling op reeds ingezette maatregelen bijvoorbeeld in het Bouwbesluit (EPC/MPG) ) een integrale aanzet gegeven kunnen worden om klimaatdoelen te halen en bijvoorbeeld een integraal juridisch kader voor circulair bouwen te faciliteren. Dat integraal juridisch kader moet dan veel verder gaan dan de mogelijkheden die het bestemmingsplan verbrede reikwijdte op dit punt reeds biedt. Het zal dan ook moeten gaan om bijkomende goederenrechtelijke, fiscale en mededingings- en aanbestedingsvragen / knelpunten. Op deze wijze kan bij wijze van experiment op een innovatieve wijze worden gewerkt aan duurzaamheid, zónder dat direct vanwege duurzaamheidseisen de bouw wordt vertraagd (een angst van Neprom). Ik verwijs daarbij naar een lezenswaardige bijdrage van mr. A.R. Klijn in het tijdschrift Vastgoed Fiscaal en Civiel (VGFC 2018/2) die mijns inziens terecht heeft gepleit voor zo’n integraal juridisch (circulariteits)kader.

Heeft u meer vragen over dit onderwerp, neem dan contact op met mr. Ingeborg Wind

Mijn werknemer heeft schulden. Wat nu?

Mijn werknemer heeft schulden. Wat nu?  

Vaak lopen werk en privé door elkaar heen. Problemen in de privésfeer hebben vaak grote gevolgen voor de productiviteit en motivatie van de werknemer op het werk. Als werkgever kunt u natuurlijk niet alles voor de werknemer oplossen, maar bij financiële problemen zijn er wel degelijk mogelijkheden om de werknemer te helpen. Indirect helpt u uw onderneming daar ook mee. Een werknemer zonder problemen is immers vaak een betere werknemer. En een werknemer die met behulp van u als werkgever uit de problemen is gekomen, zal ongetwijfeld loyaler zijn en beter presteren. Zo werkt het vaak in de praktijk: ‘Als jij goed voor mij bent, ben ik goed voor jou.’

Herkennen financiële problemen bij uw werknemer

Op financiële zaken rust nog steeds een taboe. Een werknemer zal dan ook niet snel naar de werkgever stappen om te vertellen over zijn of haar financiële problemen. Vaak uiten de problemen zich daardoor op andere vlakken. Denk bijvoorbeeld aan verminderde productiviteit, fysieke of mentale afwezigheid, verzuim en/of verminderde persoonlijke verzorging. Dat financiële problemen daaraan ten grondslag kunnen liggen, blijkt soms pas op het moment dat de deurwaarder loonbeslag komt leggen.

Wat kunt u als werkgever doen?

Werkgevers zijn zich er vaak niet van bewust dat ze iets kunnen betekenen voor de werknemer in financiële problemen. Daardoor blijft een loonbeslag vaak in stand en blijven de problemen van de werknemer bestaan. Vaak worden de financiële problemen zelfs alleen maar groter met alle negatieve effecten voor de werkgever en werknemer van dien.

U als werkgever kunt er echter ook voor kiezen de dialoog met de werknemer aan te gaan en het samen proberen op te lossen. Dit betekent dat samen gekeken wordt naar de ernst van de situatie en de mogelijkheden om tot een oplossing te komen. De werkgever kan bijvoorbeeld één of meerdere vorderingen van de schuldeiser overnemen en vervolgens met de werknemer afspraken maken over de wijze van terugbetaling. Een schuldeiser zal vaak zelfs tevreden zijn met een lager bedrag indien de vordering ineens wordt betaald. Daardoor vermindert de totale schuldenlast voor de werknemer. Als er veel schuldeisers zijn, kunnen de mogelijkheden tot het aanbieden van een akkoord worden onderzocht. Bij een akkoord worden de schulden gedeeltelijk voldaan tegen finale kwijting van het restant. De werkgever stelt de financiële middelen ter beschikking en leent dit aan de werknemer. De voorwaarden en wijze van terugbetaling worden vervolgens tussen de werkgever en werknemer vastgelegd in een overeenkomst. Daarbij kan afgesproken worden dat de werkgever de afbetaling automatisch inhoudt op het loon.

Gunstige afloop voor alle betrokkenen

Alle betrokkenen hebben profijt bij het voorgaande scenario. De schuldeisers kunnen het incassotraject afsluiten, de werknemer heeft zijn of haar financiële situatie weer beter onder controle en de werkgever heeft een werknemer die zich weer op het werk kan focussen.

Advies

Gelukkig zal dit voor u als werkgever geen dagelijkse kost zijn. Juist daarom is het verstandig om advies in te winnen. Onze afdeling bedrijfsadvisering heeft ruime ervaring op dit vlak en kan u hierbij, zo nodig in samenwerking met onze advocaten, helpen. Het beste moment om dit te doen is voordat u met een problematische situatie geconfronteerd wordt. Dan immers weet u direct hoe te handelen op het moment dat de situatie zich een keer voordoet. Heeft u een werknemer die reeds in financiële problemen verkeert en wilt u hem of haar helpen, aarzel dan niet om advies bij ons in te winnen.

Voor meer informatie over dit onderwerp, neem dan contact op met Judith Scholte, bewindvoerder WSNP / insolventies.

Ervaren kandidaat-notarissen versterken het notariële team van Trip

Ervaren kandidaat-notarissen versterken het notariële team van Trip

GILIAN RENKEMA

Getogen Fries Gilian Renkema (31) heeft na zijn carrière bij Loyens & Loeff besloten zijn expertise in te zetten voor Trip Advocaten & Notarissen. Gilian zal zich binnen de sectie Ondernemingsrecht in Leeuwarden onder andere bezighouden met herstructureringen, (investerings)structuren, samenwerkingsverbanden en corporate governance. Gilian heeft notarieel recht gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Grotius specialisatieopleiding vennootschaps- en ondernemingsrecht cum laude afgerond.

SIMON DOORMAN

Onlangs is mr. Simon Doorman (30) in dienst getreden bij Trip Advocaten & Notarissen als kandidaat-notaris.Binnen de sectie commercieel vastgoed van Lexence Advocaten & Notarissen in Amsterdam heeft Simon ruime ervaring opgedaan in het begeleiden van commerciële vastgoedtransacties en financiering van vastgoed en zekerheden, het uitvoeren van due diligence onderzoeken, het juridisch vormgeven en opzetten van projecten (zoals de grondverwerving, splitsing en uitponding van woning-, winkel en kantoorpanden).
Simon heeft zijn rechtenstudie gevolgd in Groningen en heeft noordelijke wortels.