Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Eigendom van een net; bijzondere wetgeving en belang bij een opstalrecht

Hoge Raad 5 januari 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1 en ECLI:NL:HR:2018:12)

Relevantie:

  • Indien een bestuursrechtelijke procedure is gericht op een besluit met een andere inhoud dan een beslissing die van de burgerlijke rechter wordt gevraagd, is de burgerlijke rechter niet gebonden aan de inhoudelijke overwegingen die aan het bestuursrechtelijk besluit ten grondslag zijn gelegd. In dat geval hoeft de burgerlijke rechter de zaak ook niet aan te houden in afwachting van de uitkomst van de bestuursrechtelijke procedure.
  • De vraag wat naar de verkeersopvatting behoort tot een net (als bedoeld in artikel 5:20 lid 2 BW) dient te worden beantwoord aan de hand van de definitie van een net in een bijzondere wet (hier de Energiewet).
  • Ook de eigenaar van een net kan belang hebben bij de vestiging van een opstalrecht.

De arresten:

In twee parallel lopende procedures heeft de Hoge Raad belangrijke oordelen geveld over (i) de samenloop tussen bestuursrechtelijke en civiele procedures; (ii) de vraag wat onder een “net” in de zin van artikel 5:20 lid 2 BW moet worden verstaan; en (iii) wanneer (voldoende) belang bij vestiging van een opstalrecht bestaat.

De zaken speelden tussen Chemours en Desco enerzijds en Stedin anderzijds. Chemours is een chemiebedrijf, Desco een speciaal opgerichte entiteit voor de levering van energie en Stedin de netbeheerder. Tussen deze partijen zijn overeenkomsten gesloten. Onderdeel van deze afspraken was dat ten behoeve van Stedin een opstalrecht zou worden gevestigd ten behoeve van enkele transformatoren. Die afspraak werd niet nagekomen en Stedin vorderde daarom dat Chemours (als eigenaar van de grond) zou worden veroordeeld tot nakoming.

Samenhang met bestuursrechtelijke procedures?

Onderdeel van het verweer van Chemours en Desco was dat enkele bestuursrechtelijke procedures liepen bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) inzake het netbeheer en het tarief. Om die reden vorderden zij dat het gerechtshof de zaak zou aanhouden totdat het CBB en de ACM uitspraak zouden hebben gedaan. Het gerechtshof was echter van oordeel dat het in deze zaak om de civielrechtelijke verhouding tussen partijen gaat, waarover CBB noch ACM een beslissend oordeel kan vellen. De Hoge Raad is het met dit oordeel eens. De bestuursrechtelijke procedures zijn gericht op besluiten met een andere inhoud dan de beslissingen die van de burgerlijke rechter worden gevorderd. Als de bestuursrechtelijke procedures leiden tot besluiten met formele rechtskracht, moet de rechter wel uitgaan van de rechtsgeldigheid en rechtmatigheid van die besluiten, maar is hij niet gebonden aan de inhoudelijke overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd.

Uitleg van het begrip “net”

De Hoge Raad kon zich niet vinden in het oordeel van het gerechtshof dat de transformatoren geen bestanddeel zijn van een net van kabels en leidingen als bedoeld in artikel 5:20 lid 2 BW. Naar het oordeel van de Hoge Raad is de Energiewet van belang voor het antwoord op de vraag wie eigenaar is. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat de vraag wat behoort tot een net waarvan een definitie is opgenomen in een bijzondere wet, moet worden beantwoord aan de hand van die definitie. Deze definitie geeft dan in zoverre uitdrukking aan de heersende verkeersopvatting inzake wat als bestanddeel van een net moet worden aangemerkt. Op grond van de definitie in de Energiewet, valt een transformator onder het net.

Belang bij een opstalrecht

Dit oordeel brengt mee dat Stedin als eigenaar van het net ook moet worden aangemerkt als eigenaar van de transformatoren. De vervolgvraag is dan of Stedin nog wel belang heeft bij de vestiging van een opstalrecht. De Hoge Raad oordeelt dat dit het geval is. De eigenaar van de grond heeft immers in beginsel het exclusieve gebruiksrecht. Dit exclusieve gebruiksrecht kan met een opstalrecht worden doorbroken, ook tegenover rechtsopvolgers. Dus ook als Stedin zelf eigenaar van de transformator (als onderdeel van haar net) is, heeft zij belang bij de vestiging van een opstalrecht.

Conclusie:

Deze arresten leren (in ieder geval) drie dingen. Allereerst maakt de Hoge Raad duidelijk dat de burgerlijke rechter wel rekening moet houden met bestuursrechtelijke procedures, maar niet steeds en ook niet altijd in dezelfde mate. Het maakt verschil welke beslissing wordt gevraagd. Soms is een bestuursrechtelijk besluit doorslaggevend voor de onderliggende rechtsverhouding. Denk bijvoorbeeld aan het toegestaan zijn van een bepaalde vorm van gebruik van een pand. Een bestuursrechtelijk besluit kan ook een  meer zijdelingse betekenis hebben. Zo speelt bij kraakzaken bijvoorbeeld regelmatig de vraag of het desbetreffende pand na ontruiming mag worden gesloopt en/of herontwikkeld. Het verband kan ook ver verwijderd of afwezig zijn. In dat geval is het besluit als zodanig voor de civiele rechter weliswaar een gegeven, maar voor de afdoening van de civiele zaak niet relevant. In dat geval hoeft de civiele rechter zijn oordeel niet op het besluit af te stemmen en is hij ook aan de daaraan ten grondslag liggende inhoudelijke overwegingen niet gebonden.

Als tweede laat het arrest (met ECLI:NL:HR:2018:1) zien dat bij de interpretatie van begrippen uit het Burgerlijk Wetboek voor bijzondere wetgeving een rol kan zijn weggelegd. Dat is niet steeds zo, maar bij netten in de zin van artikel 5:20 lid 2 BW volgt uit de parlementaire geschiedenis dat aansluiting dient te worden gezocht bij definitiebepalingen in bijzondere wetgeving. Het loont derhalve de moeite om na te gaan of verder kan en moet worden gekeken dan het Burgerlijk Wetboek. In dit geval gaf de definitie van een net in de Energiewet de doorslag.

Als laatste maakt de Hoge Raad duidelijk dat opstalrechten niet alleen dienen om eigendom zeker te stellen, maar een verdergaande werking en daarmee belang hebben. Ook de onbetwiste eigenaar van een zaak die zich op de grond van een ander bevindt (hier de bevoegde aanlegger van een net), kan belang hebben bij een opstalrecht omdat daarmee ook het in beginsel exclusieve gebruiksrecht van de grondeigenaar wordt doorbroken. Dat belang bestaat ook als over het gebruik al afspraken zijn gemaakt, omdat een opstalrecht ook tegen rechtsopvolgers werkt. Contractuele afspraken doen dat niet.

Heb je vragen of opmerkingen over dit stuk? Neem gerust contact op met Elmer van der Kamp

ONZE MENSEN VAN A TOT Z//
  • Incasso debiteuren, regel het goed! NAAR NIEUWS//
  • Automatisch gezag bij erkenning?
  • Restschuld na crisis; kan ik mijn bank daarvoor verantwoordelijk houden?
  • Geen huwelijkse voorwaarden? Toch blijft privé, wat privé was.
  • Ontslag nemen, lagere alimentatie?
  • Belangrijke termijn voor werknemers bij ontslag op staande voet
  • Dienstverband laten ‘slapen’ om geen transitievergoeding te hoeven betalen, is toegestaan
  • Twaalf jaar partneralimentatie?
  • Van twee naar vier ouders?
  • Overlast door huurders: wat vindt het Gerechtshof daarvan?
  • De failliete huurder: leegstandschade en de bankgarantie
  • Wetsvoorstel UBO-register omvat nieuwe ‘terugmeldingsplicht’ Wwft-instellingen
  • Is uw gedragsverklaring aanbesteden nog geldig?
  • Een werknemer met twee dienstverbanden? Houd rekening met de Arbeidstijdenwet!
  • Strafvervolging voor bestuurder van beboete rechtspersoon
  • Nieuw ROZ-model huurovereenkomst voor woonruimte
  • Het adviesrecht van de ondernemingsraad in geval van faillissement
  • Transitievergoeding ook verschuldigd bij dienstverband van exact 24 maanden
  • Onteigening Hedwigepolder: gaat de Hoge Raad om?
  • Koop breekt geen huur (maar soms wel in stukjes)
  • UAV-GC 2005: (gevolgen van) onvoorziene omstandigheden?
  • Parfums voor € 30,-. Moet Bol.com leveren?
  • Provincie Fryslân kan door met inpassingsplan
  • Valse reviews op internet: niet zonder consequenties
  • Transitievergoeding bij langdurig arbeidsongeschiktheid: geld terug?
  • Onteigening Hedwigepolder: Hoge Raad bevestigt rechtbankvonnis
  • Natrekking versus wegbreekrecht; voor wie gaat de zon op?
  • Nederlands huurstelsel niet in strijd met het eigendomsrecht
  • Belangrijk arrest HvJ EU over toepassing van de Dienstenrichtlijn bij bestemmingsplanregels over detailhandel
  • Goodwill valt niet onder tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten bij dringend eigen gebruik
  • De statutair directeur (deel 1) – Benoeming en indiensttreding
  • Overheid wil het aantal vechtscheidingen terugdringen
  • De statutair directeur (deel 2) – Ontslag: geen ontslagbescherming, maar niet vogelvrij
  • Verborgen camera’s: diefstal op de werkvloer NAAR NIEUWS//
  • De meest gestelde vragen over de AVG: deel 1 – Minder dan 250 werknemers: toch een verwerkingsregister bijhouden? NAAR NIEUWS//
  • De meest gestelde vragen over de AVG: deel 2 – Toestemming niet altijd nodig NAAR NIEUWS//
  • Bankbreuk; wat is dat eigenlijk? NAAR NIEUWS//
  • Wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans: wat verandert er? Wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans: wat verandert er?
  • Trip Advocaten & Notarissen trekt opnieuw ervaren juristen aan
  • Een brancheringsregeling in een bestemmingsplan: Mag dat?
  • Heeft u al een privacystatement voor uw werknemers?
  • Kwijtschelden van studiekosten kost u mogelijk meer dan u denkt
  • Mijn werknemer heeft schulden. Wat nu?
FRIESLAND Elmer van der Kamp
Stel Hier Uw Vraag contactformulier//