Tender Update 18 mei

Tender Update 18 mei 2021

In onze volgende Tender Update op 18 mei a.s. gaan we in op combinatievorming, onderaanneming en beroep op derden. Mogen zwaardere eisen gesteld worden aan combinaties? Hoe verhouden combinaties zich tot de mededingingsregels? Kunnen er grenzen worden gesteld aan het inzetten van onderaannemers? Wat is een zelf-eis en zijn die toegestaan? Mag na inschrijving of na gunning van onderaannemer/derde worden gewisseld? Moet een derde waarop een beroep is gedaan ook daadwerkelijk worden ingezet?

Deze en andere onderwerpen komen aan de orde. Bij zijn? Dat kan! Geef je dan op via onderstaand aanmeldformulier.

 

Agenda

15:00 – 15:15 Inloggen & Geluidstest
15:15 – 16:15 Tender Update
16:15 – 16:30 Napraten

 

Aanmelden

Aanmelden kan via onderstaand formulier. U ontvangt van ons een uitnodiging met daarin een link voor deelname en eventuele nieuwsberichten gerelateerd aan dit webinar.

     

    Wij verwerken uw persoonsgegevens conform het privacybeleid van Trip Advocaten & Notarissen.

     

    Heeft u vragen over deze Tender Update, neem dan gerust contact op met een van de sprekers of mail naar info@triplaw.nl.

    Kan de gemeente een strengere habitattoets hanteren dan de provincie?

    Kan de gemeente een strengere habitattoets hanteren dan de provincie?

    Op 23 december 2020 heeft de Afdeling een interessante uitspraak gedaan over de weigering van de gemeenteraad van De Fryske Marren om een bestemmingsplan vast te stellen. De uitspraak is opvallend om (in elk geval) twee redenen: de gemeenteraad hanteert een strengere toets ten aanzien van natuurwaarden dan de provincie (kan dat?) én de Afdeling bevestigt het standpunt van de gemeenteraad dat de negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen strijd met de goede ruimtelijk ordening kunnen opleveren. Dat laatste punt is opvallend omdat het eigenlijk neerkomt op het combineren van twee verschillende regimes.

    Wat speelde er?

    Een initiatiefnemer had verzocht om een bestemmingsplan vast te stellen dat een zandwinningslocatie in het IJsselmeer (Natura 2000-gebied) mogelijk maakt. De zandwinning zou op een eiland worden gerealiseerd en er zou 2 miljoen ton zand over een periode van 30 jaar gewonnen kunnen worden. Het eiland zou vervolgens achtergelaten worden als waardevol natuureiland. Er was al een overeenkomst met de voorgangster van De Fryske Marren en de locatie is aangewezen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Gedeputeerde staten hebben een verklaring van geen bedenkingen gegeven waarin staat dat significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied zijn uit te sluiten. So far, so good.

    Toch heeft de gemeenteraad besloten om het reeds voorbereide bestemmingsplan niet vast te stellen, voornamelijk vanwege de negatieve effecten op het Natura 2000-gebied en beschermde diersoorten, en vanwege ruimtelijke motieven. De initiatiefnemer is in beroep gegaan. De Afdeling oordeelde echter dat dit beroep ongegrond is.

    Wat is er bijzonder aan deze uitspraak?

    In deze zaak heeft de provincie een verklaring van geen bedenkingen afgegeven, waaruit volgt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied zijn uit te sluiten. Toch besluit de gemeenteraad om het bestemmingsplan niet vast te stellen omwille van het negatieve effect op de natuurwaarden van dat gebied. Daar komt bij dat de raad betoogt dat het plan vanwege de negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

    Dit roept de vraag op of – kort gezegd – de gemeente een strengere toets ten aanzien van natuurwaarden mag hanteren dan de provincie, en of de negatieve effecten op de natuur tot het oordeel kunnen leiden dat er strijd met de goede ruimtelijke ordening is.

    De Afdeling oordeelt dat dit allebei kan. Ik citeer (r.o. 9): “De Afdeling is van oordeel dat de raad het plan vanwege de negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, ook al zouden die niet significant zijn, in strijd met een goede ruimtelijke ordening heeft kunnen achten. Dat kan worden voldaan aan de Wnb betekent immers niet dat de ontwikkeling niet leidt tot een aantasting van natuurwaarden in het Natura 2000-gebied “IJsselmeer”. Het bestuursorgaan mag andere, strengere, normen hanteren, mits deugdelijk onderbouwd. De Afdeling is van oordeel dat de raad de gestelde aantasting voldoende heeft onderbouwd. Hierbij komt dat in het beleid van de gemeente De Fryske Marren is vastgelegd dat de raad zich het belang bij behoud en ontwikkeling van de natuurwaarden in het Natura 2000-gebied “IJsselmeer” in het bijzonder aantrekt.”

    Het beroep tegen de weigering is dus ongegrond. De overwegingen in deze uitspraak zijn interessant omdat de heersende opvatting was dat het gebiedsbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming (Wnb) uitputtend geregeld is, waarbij voor een aanvullende (strengere) habitattoets van de gemeente geen plaats is. Ook worden de twee sporen van de Wnb en de Wet ruimtelijke ordening (Wro) hier in samenhang bezien, in die zin dat (kort gezegd) een aantasting van natuurwaarden kennelijk tot strijd met de goede ruimtelijke orde kan leiden. De beide wetten hebben echter een eigen regime en verschillende doelen, waardoor de vraag opkomt of het specialiteitsbeginsel aan deze toepassing in de weg staat.

    Er zijn meer interessante aspecten aan deze uitspraak (het milieueffectrapport en de passende beoordeling waren op PAS gebaseerd, en zou de provincie of de minister uit hoofde van de ruimtelijke orde kunnen ingrijpen?), maar daar is deze blog te kort voor. Ik raad echter van harte aan om de uitgebreide noot van F.H Kistenkas in Gemeentestem 2021/49 te lezen. Hierin wordt ook terecht opgemerkt dat de Omgevingswet enerzijds een meer integrale aanpak kent waardoor de tweesporen-gedachte wellicht anders ingevuld moet worden, maar het anderzijds ook dan nog de vraag zou zijn of de goede ruimtelijke ordening van de gemeente die van het Rijk doorkruist.

    Wordt dit een nieuwe lijn?

    Dat zullen we moeten afwachten. Ik verwacht dat deze argumenten vaker zullen worden aangevoerd, waarna vast meer duidelijkheid zal volgen.


    Wilt u meer weten over deze uitspraak of heeft u andere gerelateerde vragen, neem dan vooral contact op met mr. Unique Pellekaan.

    Symposium Triple A: All About Arbeidsrecht

    ALL ABOUT ARBEIDSRECHT

    Op donderdag 20 mei organiseert Trip een nieuwe editie van het digitale Arbeidsrechtsymposium Triple A. In één middag krijgt u actuele ontwikkelingen binnen het arbeidsrecht voorgeschoteld. Hierbij schenken wij aandacht aan de relevante wet- en regelgeving en jurisprudentie.

     

    Aanmelden

    Aanmelden kan via onderstaand formulier. U ontvangt van ons een uitnodiging met daarin een link voor deelname en eventuele nieuwsberichten gerelateerd aan dit symposium.

      Wij verwerken uw persoonsgegevens conform het privacybeleid van Trip Advocaten & Notarissen.

       

      Onderwerpen

      • De praktijk: de 5 meest gestelde vragen
      • Ontslag op staande voet
      • Coronaperikelen (thuiswerken, vaccinatiebeleid en sneltesten)

      De sprekers deze middag zijn mrs. Femke Westra, Willemijn Bos en Jochem Frons. Allen zijn als advocaat werkzaam in de arbeidsrechtpraktijk van Trip Advocaten & Notarissen.

       

      Programma

      14.00  Welkomstwoord door Jochem Frons
      14.05  De praktijk: de 5 meest gestelde vragen door Femke Westra
      14.35  Korte pauze
      14.40  Ontslag op staande voet door Willemijn Bos
      15.10  Pauze
      15.25  Coronaperikelen (thuiswerken, vaccinatiebeleid en sneltesten) door Jochem Frons
      16.00  Korte pauze
      16.05  Varia en vragen
      16.30  Einde

       

       

       

       

       

       

       

       

      Heeft u vragen over dit symposium, neem dan gerust contact op met een van de sprekers of mail naar info@triplaw.nl.

      Huurovereenkomst woonruimte voor (on)bepaalde tijd; minimaal of maximaal?

      Huurovereenkomst woonruimte voor (on)bepaalde tijd; minimaal of maximaal?

      Met de inwerkingtreding van de Wet doorstroming huurmarkt 2015 is de mogelijkheid om woonruimte voor bepaalde tijd te verhuren geïntroduceerd. Een zelfstandige woonruimte kan voor een bepaalde tijd van maximaal twee jaar worden verhuurd. Voor onzelfstandige woonruimte is deze termijn vijf jaar. Na ommekomst van deze termijn eindigt de huurovereenkomst. Daarvoor is geen opzegging nodig, maar slechts een schriftelijke mededeling van de verhuurder aan de huurder dat de huurovereenkomst eindigt. Wordt deze mededeling tijdig gedaan, dan eindigt de huurovereenkomst zonder meer.

      Voor verhuurders zijn deze huurovereenkomsten dus makkelijk te beëindigen. Daar staat tegenover dat huurders dit soort huurovereenkomsten op grond van de wet tussentijds kunnen opzeggen. Normaal gesproken kan een huurovereenkomst voor bepaalde tijd niet tussentijds worden opgezegd, maar in dit geval dus wel. Dat biedt de huurder de mogelijkheid om naar een andere woning te verhuizen zodra dat kan. Flexibiliteit voor de verhuurder en de huurder derhalve.

      Veel verhuurders willen graag de zekerheid hebben dat zij hun woning minimaal een bepaalde tijd kunnen verhuren. Met de hiervoor genoemde huurovereenkomst voor bepaalde tijd lukt dat niet, want die kan tussentijds door de huurder worden opgezegd. De vraag is of dit doel wel kan worden bereikt met een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd met een minimumduur. Een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 maart 2021 wijst erop van wel. In die zaak was een huurovereenkomst aangegaan voor tenminste vijf maanden en was bepaald dat deze daarna voor onbepaalde tijd zou voortduren. Het gerechtshof legt dit uit als een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd met een minimale duur van vijf maanden. In deze zaak was de consequentie dat de huurovereenkomst na vijf maanden voor onbepaalde tijd doorliep en de verhuurder geen aanspraak kon maken op ontruiming.

      Zoals het hof overweegt, is met de Wet doorstroming huurmarkt 2015 beoogd om een extra mogelijkheid voor de (ver)huur van woonruimte bieden, maar niet om huurovereenkomsten met een minimale duur onmogelijk te maken. Dat laat ruimte voor huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd met een vaste eerste termijn van, bijvoorbeeld en zoals veel voorkomt, één jaar. Zolang maar duidelijk is dat dit een minimale eerste termijn is en de huurovereenkomst daarna voor onbepaalde tijd doorloopt, past dit nog steeds in het stelsel van de wet. Zekerheid voor de huurder en verhuurder derhalve.

      Heeft u vragen over dit artikel of andere huurgerelateerde vragen, neem dan vooral contact op met mr. Elmer van der Kamp.