Eerste Kamer steunt motie van afkeuring tegen minister Ollongren: wat betekent dit voor de geplande huurverhogingen per 1 juli 2020?

Eerste Kamer steunt motie van afkeuring tegen minister Ollongren: wat betekent dit voor de geplande huurverhogingen per 1 juli 2020?

Moties Eerste Kamer pleiten voor huurstop

De ontwikkelingen in de huursector volgen zich in de huidige coronacrisis in hoog tempo op. Dat is ook niet zo vreemd, want door de economische gevolgen van de huidige crisis waar wij ons in bevinden komt ook de huursector ernstig onder druk te staan. De politiek drong daarom meermaals aan op een huurstop. Met een huurstop wordt bedoeld dat de huurprijzen per 1 juli aanstaande niet verhoogd zouden mogen worden, ondanks hetgeen partijen daarover hebben afgesproken in de huurovereenkomst.

Om ervoor te zorgen dat de regering een dergelijke maatregel zou opleggen aan de verhuurders, heeft de Eerste Kamer meerdere moties aangenomen die pleiten voor een huurstop, maar minister Ollongren heeft de moties naast zich neergelegd. Op 23 juni jl. kwam de discussie tussen de Eerste Kamer en de minister over dit onderwerp tot een hoogtepunt toen de Eerste Kamer een motie van afkeuring aannam tegen minister Ollongren. Wat voor gevolgen heeft het aannemen van de motie van afkeuring voor de huursector, kunnen verhuurders de huurprijs nou wel of niet per 1 juli aanstaande verhogen zoals gebruikelijk?

Gevolgen voor huurverhoging per 1 juli 2020

De aangenomen motie van afkeuring heeft geen directe gevolgen voor de huursector en dus voor de tussen partijen geldende afspraken over een jaarlijkse verhoging van de huurprijs. De motie van afkeuring is vooral een dringende oproep aan de minister om gevolg te geven aan de moties van de Eerste Kamer. De minister is dat echter niet verplicht, al kan het geen gevolg geven aan de motie wel de nodige politieke gevolgen met zich meebrengen.

Aangezien de minister vooralsnog de oproep tot een huurstop van de Eerste Kamer naast zich neerlegt, kan een tussen partijen overeengekomen jaarlijkse verhoging van de huurprijs per 1 juli aanstaande gewoon doorgaan. Verhuurders kunnen dus opgelucht adem halen, een verplichte huurstop zal er niet komen voor 1 juli aanstaande, ondanks het hoog oplaaiende politieke steekspel tussen de minister en de Eerste Kamer over dit onderwerp.

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze blog of over uw situatie, neem dan gerust contact op met Saskia Bangma (s.bangma@triplaw.nl / 06 55 00 22 39).

Nieuwe maatregelen aangekondigd ter verbetering toegankelijkheid van de woningmarkt voor starters

Nieuwe maatregelen aangekondigd ter verbetering toegankelijkheid van de woningmarkt voor starters

Op 15 mei jl. heeft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties een brief toegezonden aan de Tweede Kamer waarin zij een aantal nieuwe maatregelen aankondigt om de woningmarkt voor starters en mensen met een middeninkomen toegankelijker en betaalbaarder te maken.

In de brief worden de volgende maatregelen aangekondigd:

  • Maximering van de jaarlijkse huurprijsstijging in de vrije sector;
  • Verlenging van de maximale duur van een tijdelijke huurovereenkomst;
  • Opkoopbescherming door gemeenten.

Wat houden deze aangekondigde maatregelen nu precies in?

Maximering huurprijsstijging

In de sociale huursector zijn de huurprijsstijgingen bij wet gemaximeerd en beperkt. Dat geldt niet voor de vrije sector. Als partijen in de vrije sector geen maximale huurverhoging afspreken of juist een zeer ruime verhogingsclausule, dan kunnen huurders volgens de minister geconfronteerd worden met excessieve huurprijsstijgingen wat ten koste gaat van de betaalbaarheid van een huurwoning tijdens de looptijd van de huurovereenkomst.

De minister wil daarom de jaarlijkse huurverhoging in de vrije sector maximeren op de hoogte van de inflatie plus 2,5%. Deze maatregel zal gelden voor een periode van drie jaar en geldt voor alle huurcontracten in de vrije sector. Er geldt een uitzondering voor een huurprijsverhoging die is gekoppeld aan renovatie of verduurzaming van de woning. In dat geval zal de verhuurder niet gebonden zijn aan de gemaximeerde huurprijsstijging.

Verlenging maximum duur tijdelijke huurovereenkomst

Onder de huidige wetgeving is het mogelijk om eenmalig met dezelfde huurder voor dezelfde woonruimte een tijdelijke huurovereenkomst aan te gaan voor maximaal twee jaar. Er wordt gekeken of het mogelijk is om de maximale duur van een tijdelijke huurovereenkomst te verlengen met een periode van één of twee jaar tot een maximum periode van in totaal drie jaar. Volgens de minister biedt deze maatregel voor zowel de verhuurder als de huurder meer flexibiliteit: verhuurders hebben meer mogelijkheden om maatwerk aan te bieden zonder gebonden te raken aan een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Daarnaast zal worden bekeken of het mogelijk is om een minimumtermijn af te spreken waarin de huurder de huurovereenkomst niet kan opzeggen. Onder de huidige wetgeving is het namelijk zo dat een huurder bij een tijdelijke huurovereenkomst een bij wet verankerde mogelijkheid heeft om tussentijds de tijdelijke huurovereenkomst op te zeggen. Deze mogelijkheid kan onder de huidige wetgeving niet contractueel worden uitgesloten door partijen. Met deze maatregel wil de minister meer zekerheid bieden aan de verhuurder.

Wat opvalt aan de aankondiging van deze maatregel is dat de minister op 11 mei jl., een paar dagen eerder dus, bij de schriftelijke beantwoording van Kamervragen heeft aangegeven dat de evaluatie van de Wet doorstroming huurmarkt, die de huidige mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomst heeft geïntroduceerd in de Nederlandse wetgeving, zal worden benut om te zien of de met die wet beoogde doelstellingen worden gehaald en of aanpassing van de wet wenselijk is. Deze evaluatie staat gepland voor juli 2021. Met aankondiging van de maatregel lijkt de minister daarop enigszins vooruit te lopen, ondanks haar mededeling van paar dagen eerder.

Opkoopbescherming

Ten slotte heeft de minister aangekondigd dat zij gemeentes de mogelijkheid wil geven om voor buurten waar dat nodig is een opkoopbescherming in te voeren door middel van een vergunningensysteem. Hiermee wil de minister ongewenste opkoop door beleggers van goedkope en middeldure woningen die vervolgens voor een hoge huurprijs worden verhuurd tegengaan. Een gemeente zal daarom in buurten waar de opkoopbescherming geldt aan ‘bonafide’ verhuurders alleen vergunningen blijven afgeven voor gewenste vormen van verhuur. Via zo’n vergunningensysteem kunnen er door de gemeente eisen gesteld worden ten aanzien van goed verhuurderschap. Wat voor eisen dat precies kunnen zijn en waar deze op kunnen gaan zien, laat de minister in het midden.

 Tot slot

 Voor al deze aangekondigde maatregelen worden wetsvoorstellen voorbereid door de minister. De maatregelen zullen nog verder geconcretiseerd moeten worden. Wanneer deze wetsvoorstellen gereed zullen zijn, laat zich lastig voorspellen, maar ik verwacht dat de minister hierover geen gras zal laten groeien gelet op het tempo waarmee de ontwikkelingen in de woningmarkt zich momenteel opvolgen. Of de aangekondigde maatregelen er ook daadwerkelijk zullen komen, zal afgewacht moeten worden.

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze blog of over uw situatie, neem dan gerust contact op met Saskia Bangma (s.bangma@triplaw.nl / 06 55 00 22 39).