ONTEIGENING T.B.V. NATUUR MEDE IN RELATIE TOT DE PAS-UITSPRAAK VAN 29 MEI 2019

ONTEIGENING T.B.V. NATUUR MEDE IN RELATIE TOT DE PAS-UITSPRAAK VAN 29 MEI 2019

PAS-uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 vormt géén belemmering in administratieve procedure voor onteigening ten behoeve van natuurdoelen, meer specifiek voor het treffen van PAS-maatregelen in het Natura2000-gebied de Deurnsche Peel.

STAATSCOURANT VAN 30 APRIL 2020, NR. 23033  

Relevantie 

    • onteigening ten behoeve van natuurontwikkeling kan zowel mogelijk als noodzakelijk zijn;
    • dit geldt ook voor Natura-2000 gebieden, waar PAS-herstelmaatregelen moeten worden genomen om een einde te maken aan voor de natuur negatieve ontwikkelingen en de bestaande natuur te herstellen en te herontwikkelen;
    • zoals voor elke onteigening behoeft ook een onteigening ten behoeve van PAS-herstelmaatregelen een deugdelijke planologische grondslag;
    • het is ter beoordeling van uitsluitend de bestuursrechter of het betreffende plan (in dit geval: het provinciale inpassingsplan PAS Leegveld, Deurne), in aanmerking nemend de daartegen ingestelde beroepen en de PAS-uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, onherroepelijk zal worden;
    • voor het aan een onteigening ten behoeve van PAS-herstelmaatregelen ten grondslag liggende plan baseert de Kroon zich dus op het oordeel van de bestuursrechter en daarom is de PAS-uitspraak van 29 mei 2019 voor de Kroon geen zelfstandige reden om in de administratieve procedure een verzoek tot onteigening af te wijzen.

Al weer geruime tijd geleden werd in de Staatscourant 2019, nr. 50587 mededeling gedaan van de terinzagelegging van het ontwerp Koninklijk Besluit (“KB”) inzake Inpassingsplan PAS Leegveld, Deurne van de provincie Noord-Brabant van 19 september 2019. In dat (ontwerp-)KB was sprake van een verzoekbesluit voor onteigening ten behoeve van natuurdoelen, meer specifiek voor het treffen van PAS-maatregelen in het Natura2000-gebied de Deurnsche Peel.

Recent is gebleken dat de Kroon op het verzoek van de provincie Noord-Brabant positief heeft beslist door de betreffende onroerende zaken, benodigd voor realisatie van het inpassingsplan PAS Leegveld, Deurne, ter onteigening aan te wijzen.

Onteigening t.b.v. natuurontwikkeling kan mogelijk en noodzakelijk zijn

Dit KB onderstreept nog eens dat onteigening ten behoeve van natuurontwikkeling zowel mogelijk als noodzakelijk kan zijn.

Voor wat betreft de noodzaak tot onteigening is door de Kroon met name het volgende overwogen:

  • De Deurnsche Peel, gelegen op de grens van Noord-Brabant en Limburg onderdeel uitmakend van het Natuurnetwerk Brabant, ondervindt al jaren de negatieve gevolgen van een te hoge stikstofdepositie; daarnaast heeft de Deurnsche Peel last van verdroging als gevolg van de ontwateringsmaatregelen, die zijn gerealiseerd ten behoeve van de landbouwgronden in de directe omgeving.
  • De Deurnsche Peel is één van de Natura-2000 gebieden waar PAS-herstelmaatregelen worden genomen om een einde te maken aan voormelde voor de natuur negatieve ontwikkelingen en de bestaande natuur als hoogveengebied te herstellen en te herontwikkelen. Belangrijke ingrepen hierbij zijn het verhogen van waterpeilen in de bestaande natuur, het minimaliseren van peilfluctuaties en het inrichten van een zone nieuwe natuur rond de al aanwezige natuur. Door uitvoering van deze herstelmaatregelen worden de ecologische doelen gerealiseerd.
  • Uitvoering van deze maatregelen is een verplichting op basis van artikel 1.13, vijfde lid van de Wet natuurbescherming, die in de eerste beheerplanperiode van de PAS (Programma Aanpak Stikstof) gerealiseerd moet zijn. Deze periode eindigt op 1 juli 2021. De uitspraak van 29 mei 2019 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de PAS (ECLI:NL:RVS:2019:1603) onderschrijft het belang van bron- en herstelmaatregelen waarvoor de te onteigenen onroerende zaken nodig zijn. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft dan ook in haar brief van 11 juni 2019 (met kenmerk: DGNVLG-NP /19140219) aan de Tweede kamer meegedeeld dat besloten is om door te gaan met bron- en herstelmaatregelen die in het kader van de PAS moeten worden getroffen.
  • Niet alle percelen in het projectgebied hadden een passende (natuur)bestemming. Om het natuurherstel te kunnen realiseren is de bestemming van deze percelen in het inpassingsplan gewijzigd naar natuur of water. Het inpassingsplan maakt het realiseren van de noodzakelijke natuurherstelmaatregelen in de Deurnsche Peel mogelijk. In de door de provincie gewenste wijze van planuitvoering wordt inzicht verschaft door het inpassingsplan met de daarbij behorende planregels, toelichting en verbeelding, als ook door het Overzicht maatregelen per perceel dat als bijlage bij de zakelijke beschrijving is gevoegd. Ook het Projectplan Waterwet Leegveld, de Inrichtingsschetsen onteigeningsplan Leegveld, alsmede de Maatregelenkaart Leegveld verschaffen inzicht in de wijze van planuitvoering.

PAS-uitspraak van 29 mei 2019 géén zelfstandige reden voor afwijzing onteigeningsverzoek

Verder is met dit KB duidelijk geworden dat in het kader van het onteigeningsverzoek de PAS-uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 géén reden is om het verzoek af te wijzen.

Voor de betreffende tegen het KB ingediende zienswijze als ook de motivering waarmee de Kroon deze zienswijze heeft verworpen, kan worden verwezen naar de publicatie van het KB in de Staatscourant van 30 april 2020, nr. 23033, blz. 5 – 1.2 en blz. 6 – Ad 1.2 en 1.3:

Zienswijze 1.2

  • Volgens reclamanten is er geen sprake van een publiek belang voor de onteigening. Zij zijn van mening dat op basis van het vastgestelde inpassingsplan de gronden niet aangewezen kunnen worden voor onteigening. Zij verwijzen daarvoor naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) waarin overwogen wordt dat de Programmatische Aanpak Stikstof niet als basis voor toestemming voor activiteiten gebruikt mag worden. De verwijzing in het ontwerp Koninklijk Besluit naar de brief van de Minister (van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) van 11 juni 2019 kan niet dienen als onderbouwing voor de voorgenomen onteigening.
  • In het ontwerp Koninklijk Besluit wordt overwogen dat in de Deurnsche Peel PAS-herstelmaatregelen genomen moeten worden, om de ecologische doelen te realiseren, zoals vastgelegd in het inpassingsplan, daarbij verwijzend naar de Wet natuurbescherming en het PAS. Echter, nu het PAS onverbindend is verklaard door de Afdeling is er volgens reclamanten geen mogelijkheid meer om herstelmaatregelen door te voeren op basis van het PAS en dit geldt ook voor de benodigde herstelmaatregelen in het gebied. Uitvoering van het inpassingsplan is niet meer mogelijk, en daarmee is er geen sprake meer van een publiek belang. Bovendien is door verzoeker niet inzichtelijk gemaakt dat met het wegvallen van het PAS de maatregelen dienen te worden uitgevoerd zoals in het inpassingsplan is vastgelegd. Reclamanten gaan er van uit dat de Afdeling het inpassingsplan geheel of gedeeltelijk zal vernietigen.

 Verwerping zienswijze 1.2 (en 1.3)

  • Ten aanzien van de zienswijze van reclamanten dat met de onteigening geen publiek belang is gediend, overwegen Wij allereerst dat bij een onteigening krachtens artikel 77 van de onteigeningswet, een inpassingsplan de basis kan vormen. Aangezien het hier gaat om uitvoering van het inpassingsplan PAS Leegveld, Deurne dat door Provinciale Staten van Noord Brabant is vastgesteld, is het publiek belang van de onteigening daarmee gegeven.
  • Met betrekking tot de stelling van reclamanten dat de onteigening prematuur is zolang nog geen uitspraak is gedaan op de beroepen tegen de vaststelling van het inpassingsplan merken Wij op, dat een verzoek om aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening kan worden gedaan na de vaststelling van het inpassingsplan. In dat geval moeten – zolang het inpassingsplan nog niet onherroepelijk van kracht is – de planologische belangen van de te onteigenen partij worden beschermd. In dat verband hebben Wij aan dit besluit, zoals hiervoor al is opgemerkt, voorwaarden verbonden die zien op het tijdstip waarop een dagvaarding ingevolge artikel 18 van de onteigeningswet kan worden uitgebracht en op het tijdstip van het vervallen van dit besluit. Dit betekent dat de verzoeker niet zal overgaan tot dagvaarding als bedoeld in artikel 18 van de onteigeningswet, vóórdat het inpassingsplan onherroepelijk zal zijn met betrekking tot de in de onteigeningsplannen begrepen onroerende zaken en dat het onteigeningsbesluit vervalt, als het besluit tot vaststelling van het inpassingsplan met betrekking tot die onroerende zaken in beroep zal worden vernietigd.
  • Het gestelde over het verloop, de duur en de mogelijke afloop van de procedure gericht op de totstandkoming van het inpassingsplan is planologisch van aard. De planologische aspecten kunnen in het kader van de administratieve onteigeningsprocedure niet zelfstandig worden beoordeeld, maar konden in de procedure op grond van de Wet ruimtelijke ordening aan de orde gesteld worden. Reclamanten hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De noodzaak van de uitvoering van het inpassingsplan is in het kader van die procedure al bepaald en vastgesteld. Zoals Wij hiervoor onder “Planologische grondslag” al hebben opgemerkt, is het inpassingsplan vastgesteld, waarmee ook het publiek belang van de onteigening ter uitvoering van dat plan gegeven is. Het is aan de bestuursrechter om te bepalen of dit plan, in aanmerking nemend de daartegen ingestelde beroepen en de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, onherroepelijk zal worden. De bezwaren tegen het inpassingsplan en de totstandkoming daarvan kunnen uitsluitend ter beoordeling staan in de procedure op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Mocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het inpassingsplan vernietigen, dan zijn de belangen van rechthebbenden door eerdergenoemde opschortende en ontbindende voorwaarden voldoende gewaarborgd.

Omdat ten tijde van het KB het inpassingsplan PAS Leegveld, Deurne nog niet onherroepelijk was, heeft de Kroon de onteigening goedgevonden onder (de) twee (daarvoor gebruikelijke) voorwaarden, te weten:

  • dat niet zal worden overgegaan tot dagvaarding als bedoeld in artikel 18 van de onteigeningswet, vóórdat het inpassingsplan onherroepelijk zal zijn met betrekking tot de in de onteigeningsplannen begrepen onroerende zaken en dat dit aanwijzingsbesluit vervalt, indien het besluit tot vaststelling van het inpassingsplan met betrekking tot die onroerende zaken in beroep zal worden vernietigd.

Zodra de Raad van State over het beroep tegen het inpassingsplan heeft geoordeeld, zal duidelijk worden of de PAS-uitspraak van 29 mei 2019 al dan niet de gerechtelijke onteigening in de weg staat.

Voor meer informatie over deze bijdrage kunt u contact opnemen met mr. Jan Veldhuis.