Kleurt RUMAG buiten de lijntjes?

Arjen Lubach besteedde afgelopen zondag (29 maart 2020, red.) tijdens zijn populaire programma Zondag met Lubach aandacht aan RUMAG. Het bedrijf, dat vooral bekend is door zijn grappig bedoelde teksten met puntjes tussen de woorden in plaats van spaties, probeert volgens Lubach te profiteren van de Corona-crisis door corona-merchandise te verkopen. RUMAG verkocht tot voor kort onder andere T-shirts en mondkapjes met daarop teksten als “KRIJG.DE.CORONA.”, “CORONALIJER.” en “MONDKAPPEN.NOU.”

De kritiek van Lubach op RUMAG spitst zich echter niet enkel toe op het handelen tijdens de Corona-crisis. In de uitzending werd RUMAG beticht van ‘diefstal’. Het bedrijf blijkt al langere tijd populaire Engelse teksten van het internet te plukken, te vertalen, en op T-shirts, koffiemokken, badhanddoeken en andere merchandise te bedrukken en te verkopen. In het programma werden talloze voorbeelden hiervan getoond.

Deze werkwijze wordt door RUMAG ook erkend. Het bedrijf stelt zich echter op het standpunt dat de teksten helemaal niet auteursrechtelijk beschermd zijn en dat ze dus niets verkeerd doen. “Korte berichten op het internet die niet uniek genoeg zijn vallen niet onder het auteursrecht”, aldus de oprichter van het bedrijf. Ook werd gesproken over ‘een grijs gebied’. Zijn deze teksten inderdaad niet beschermd?

Het auteursrecht

Wat is nou precies het auteursrecht? Het auteursrecht is het exclusieve recht van de maker van een werk om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. Een werk kan bijvoorbeeld een film, boek, foto of kunstwerk zijn. In de wet is echter geen uitputtende opsomming gegeven van wat een werk kan zijn. Handvatten om beoordelen of iets een werk is in de zin van het auteursrecht, vinden we in de rechtspraak.

Wat volgens de rechter vereist is, is dat het werk een eigen intellectuele schepping van de maker is. Of in de woorden van de Hoge Raad: dat het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Juristen korten dit ook wel af als EOK+PS. Dit wordt ook wel de werktoets genoemd.

Dat het voortbrengsel een eigen, oorspronkelijk karakter moet bezitten, houdt in dat de vorm niet ontleend mag zijn aan een ander werk. De eis dat het voortbrengsel het persoonlijk stempel van de maker moet dragen, houdt in dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van creatieve keuzes van de maker. Er wordt dus een drempel opgeworpen voor auteursrechtelijke bescherming. Een analyse van de rechtspraak laat overigens zien dat deze drempel betrekkelijk laag is.

Wat echter geen criterium is, is de omvang van een werk. Het Europese Hof van Justitie zegt in een van zijn uitspraken juist expliciet dat in beginsel een zin en ook een zinsnede voor bescherming in aanmerking komt. Wel is het natuurlijk zo dat hoe beperkter van omvang een werk is, hoe minder creatieve keuzes er mogelijk zijn. Het criterium dat een werk ‘uniek’ moet zijn, vinden we óók niet terug in de wet of in de rechtspraak.

Zijn de teksten die RUMAG kopieert beschermd?

Of de teksten die RUMAG kopieert nu beschermd zijn of niet, is niet zomaar te zeggen. Dit moet per geval bekeken worden. Voornamelijk de vraag of de tekst het persoonlijk stempel van de maker draagt, is voer voor discussie; zijn door de maker voldoende creatieve keuzes gemaakt, om van een persoonlijk stempel te kunnen spreken? Creatieve keuzes kunnen bijvoorbeeld bestaan uit de keuze, schikking en combinatie van woorden op een oorspronkelijke wijze.

Ten aanzien van de door RUMAG op een T-shirt gedrukte quote “Wijnen, wijnen, wijnen” van Martien Meiland, neig ik ernaar te zeggen dat dit een tekst is die hij er in zijn tomeloze enthousiasme ‘uitfloept’ en dat creatieve keuzes dus ontbreken. Een dergelijke tekst zal de werktoets dus niet snel doorstaan. Door Lubach worden echter ook andere teksten aangehaald die zouden zijn gekopieerd, waar meer creatieve keuzes in te ontwaren zijn. Het is goed denkbaar dat deze teksten wél de werktoets doorstaan.

Conclusie

Of de door RUMAG gekopieerde teksten onder het auteursrecht vallen, daar valt over te twisten en hangt af van de specifieke tekst. Sommigen zullen de werktoets wel doorstaan en sommigen niet. Het is echter hoe dan ook veel te kort door de bocht om te zeggen dat al deze teksten zomaar gekopieerd mogen worden. De verweren “Korte berichten op het internet die niet uniek genoeg zijn vallen niet onder het auteursrecht” en “Het is een grijs gebied” gaan in ieder geval niet op.

Vragen?

Met vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Rick Hemstra.

Voor verhuurders en huurders | Corona Q&A

Ook voor verhuurders en huurders kunnen de Corona-maatregelen grote gevolgen hebben. Wij hebben de veelgestelde vragen verzameld en onze specialisten geven de antwoorden.

Mocht het antwoord op uw vraag hier niet bij staan, neem dan gerust contact met ons op. Samen zoeken we naar een oplossing.

Wanneer er ontwikkelingen zijn, zullen we deze pagina updaten.

  • Wat houdt het wetsvoorstel Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten precies in?
    Het wetsvoorstel Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten maakt het mogelijk dat tijdelijke huurovereenkomsten voor woningen met een einddatum tussen 31 maart 2020 en 1 juli 2020 verlengd kunnen worden met maximaal 3 maanden en niet langer dan tot 1 september 2020. De verhuurder wordt verplicht om de huurder bij de nu al verplichte aanzegging van het einde van de huurovereenkomst te informeren over de tijdelijke verlengingsmogelijkheden die met deze wet in het leven worden geroepen. Doet de huurder een verzoek om verlenging van de huurovereenkomst, dan mag dat verzoek door de verhuurder alleen worden afgewezen op grond van specifiek in de wet benoemde weigeringsgronden.“Het wetsvoorstel is inmiddels aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer en treedt in werking na publicatie in het Staatsblad met terugwerkende kracht tot 1 april 2020. Lees voor meer informatie en de belangrijkste aandachtspunten voor verhuurders onze blogs  “Het spoedwetsvoorstel “Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten” en “Spoedwetsvoorstel “Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten” aangenomen“.
  • Hebben huurders recht op huurprijsaanpassing?
    Op grond van de wet (en de huurovereenkomst natuurlijk) is een verhuurder verplicht om het gehuurde ter beschikking te stellen en te laten van de huurder. De recente Corona-maatregelen maken de nakoming van die verplichting niet onmogelijk: aan die verplichting veranderen de maatregelen dus op zichzelf niets. Wel is het zo dat het gehuurde door de maatregelen wellicht niet of in mindere mate gebruikt kan worden voor het doel waarmee de huurder de huurovereenkomst aanging. In zo’n geval kan wellicht gesproken worden van een gebrek. Een gebrek kan huurprijsvermindering rechtvaardigen, maar in de meeste commerciële contracten is een dergelijke huurprijsvermindering uitgesloten. Het is voorstelbaar dat een rechter een beroep op die uitsluiting in de huidige omstandigheden niet aanvaardbaar vindt en de afspraak daarom buiten toepassing verklaart. Daarnaast zou een rechter op vordering van een huurder de huurprijs (tijdelijk) kunnen aanpassen op grond van onvoorziene omstandigheden: de omvang en impact van de huidige Corona-crisis was door niemand te voorzien en de risico’s ervan zullen in de regel niet al in de huurovereenkomst zijn verdisconteerd. In hoeverre en tot welke omvang die aanpassing plaatsvindt zal van geval tot geval verschillen.
  • Hoe zit het met de exploitatieplicht van huurders als zij op last van de overheid dicht moeten?
    In vrijwel iedere commerciële huurovereenkomst voor winkel- of horecaruimte is een exploitatieplicht voor de huurder opgenomen. Een overheidsmaatregel tot sluiting (of vergaande beperking van de openingstijden) verandert op zichzelf niets aan die plicht, deze blijft gewoon in stand. De nakoming van die plicht door de huurder wordt echter verhinderd door een van buiten komende omstandigheid: de overheidsmaatregel staat daaraan immers in de weg. In een dergelijke situatie is sprake van overmacht en zal de verhuurder niet de gewoonlijk op overtreding van de exploitatieplicht gestelde boete kunnen incasseren. Ook denken wij dat een dergelijke overtreding niet tot een ontbinding van het huurcontract zal leiden. Kortom: de huurder zal zonder consequenties jegens zijn verhuurder gehoor kunnen geven aan een sluiting op last van de overheid in het kader van de Corona-maatregelen. Let op: het is steeds afhankelijk van de specifieke afspraken of en in hoeverre het voorgaande geldt, dat kan dus van geval tot geval verschillen.
  • Rechtvaardigen de Corona-maatregelen dat een huurder het gehuurde op een andere wijze exploiteert?
    De recente ontwikkelingen laten zien dat veel restaurants een afhaalpunt en/of bezorgdienst openen. Natuurlijk laat het zich voorstellen dat een verhuurder welwillend zal zijn ten opzichte van dergelijke initiatieven – een verhuurder is in de regel nou eenmaal niet gebaat bij financiële problemen bij de huurder – is de verhuurder daartoe niet verplicht. Ook niet als het exploiteren van het gehuurde onmogelijk wordt gemaakt door een overheidsmaatregel. In vrijwel iedere commerciële huurovereenkomst is bepaald dat het gehuurde moet worden geëxploiteerd overeenkomstig de wijze zoals in de huurovereenkomst is geregeld, bijvoorbeeld als “winkel” of “horecaruimte”. Daarvan kan de huurder niet zomaar en zonder medewerking van de verhuurder afwijken. Als de Corona-maatregelen de normale exploitatie van het gehuurde verhinderen, dan is het contract daarmee nog niet aangepast. Dus: als er in het belang van alle partijen een tijdelijke oplossing gevonden zou kunnen worden om met die maatregelen om te gaan, maak hier dan goede afspraken over.
  • Wat voor gevolgen hebben de afspraken die minister Van Veldhoven met diverse verhuurdersorganisaties heeft gemaakt voor een huurder die zijn huur niet betaalt?
    Op 26 maart jl. maakte het ministerie van BZK bekend dat verhuurdersorganisaties die ca. 80% van het totaal aantal huurwoningen in Nederland vertegenwoordigt, toegezegd hebben om in principe geen huisuitzettingen te doen vanwege een betalingsachterstand. Natuurlijk is dat uiteindelijk een afspraak die uiteindelijk nageleefd zal moeten worden door de individuele verhuurders en niet door die organisaties. Op dit moment is het echter niet meer dan een morele verplichting die de betreffende verhuurders hebben. Dat betekent dat de toezegging van deze organisaties in principe niet aan een individuele verhuurder tegengeworpen zal kunnen worden. Wel is het denkbaar dat een rechter in een individueel geval rekening zal houden met deze toezegging bij het beoordelen van een ontbindingsvordering. Ons advies is om het daar niet op aan te laten komen, maar bij dreigende financiële problemen vroegtijdig met de verhuurder in overleg te treden over een passende en billijke oplossing. Dat voorkomt veel problemen en zelfs procederen achteraf.
  • Wat voor gevolgen hebben de afspraken die minister Van Veldhoven met diverse verhuurdersorganisaties heeft gemaakt voor tijdelijke contracten?Op 26 maart jl. maakte het ministerie van BZK bekend dat er spoedwetgeving op komst is, die beoogt om de zogenoemde tijdelijke huurcontracten die sinds 2015 voor woonruimte mogelijk zijn, tijdelijk verlengd zullen kunnen worden. De wet biedt die mogelijkheid op dit moment niet: een tijdelijke verlenging van een tijdelijke huurovereenkomst wordt op grond van de wet omgezet in een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Totdat de aangekondigde spoedwetgeving in werking is getreden, zal dat het geval blijven zijn en zal het dus niet mogelijk zijn om tijdelijke huurcontracten tijdelijk te verlengen. De nu gemaakte afspraken kunnen de wettelijke bepalingen daarover niet opzij zetten: deze huurdersbeschermende bepalingen kunnen alleen door een (nieuwe) wettelijke bepaling worden ingeperkt.

Contact voor huurrecht gerelateerde vragen:

Andere veelgestelde vragen omtrent de impact van Corona-maatregelen

Een overzicht van de contactpersonen treft u op “De impact van de Corona-maatregelen” pagina.

Deze Corona Q & A is met zorgvuldigheid samengesteld, maar er kunnen geen rechten worden ontleend aan de volledigheid en juistheid ervan. De informatie is bedoeld als algemene informatie en houdt geen advies in. Voor zover wordt verwezen naar andere websites, is Trip Advocaten & Notarissen niet verantwoordelijk voor de inhoud daarvan.

Voor ondernemingen | Corona Q & A

Voor ondernemingen kunnen de Corona-maatregelen grote gevolgen hebben. Wij hebben de veelgestelde vragen verzameld en onze specialisten geven de antwoorden.

Mocht het antwoord op uw vraag hier niet bij staan, neem dan gerust contact met ons op. Samen zoeken we naar een oplossing.

Wanneer er ontwikkelingen zijn, zullen we deze pagina updaten.

Contractenrecht

  • Rechtvaardigen de Corona-maatregelen een beroep op overmacht?
    Als een partij een beroep doet op overmacht zegt een partij eigenlijk dat hij op dit moment zijn contractuele verplichtingen niet kan nakomen zonder dat dit aan hem kan worden toegerekend. Is het nog mogelijk om de contractuele afspraken na te komen? Dan is er waarschijnlijk geen sprake van overmacht. Kan dat niet meer, dan is het wellicht mogelijk een beroep op overmacht te doen.
    Soms staat in de wet of in de gesloten overeenkomst dat een gebeurtenis voor risico van één van partijen komt. Kijk hier dus eerst naar. Zoek bijvoorbeeld naar een overmachtsbepaling in de algemene voorwaarden. Is er niets afgesproken? Dan hangt het van de zogeheten ‘verkeersopvattingen’ af of een partij een beroep kan doen op overmacht. De verkeersopvattingen veranderen met de dag. De rechter zal de omstandigheden toetsen en in een aantal gevallen zullen belemmeringen ten gevolge van Corona (bijvoorbeeld het van overheidswege niet meer mogen organiseren van bijeenkomsten met meer dan 100 deelnemers) wel als overmacht worden gezien. Hierbij hangt het er echter wel van af om welke contractuele verplichtingen het gaat en wat de precieze belemmering is.
  • Ik kan de bestelde goederen niet leveren? Welke contractuele gevolgen heeft niet-levering door overmacht?
    Zie het antwoord op de vorige vraag.
    Is er sprake van overmacht? Check dan eerst de gesloten overeenkomst. Vaak wordt daarin geregeld welke gevolgen de overmachtssituatie voor de contractpartijen heeft. Is er in de overeenkomst niets geregeld? Dan geldt het volgende.
    Is er sprake van overmacht, dan zal degene die de goederen heeft besteld op dit moment geen levering kunnen eisen. Ook heeft hij geen recht op schadevergoeding. De wederpartij heeft echter wel de mogelijkheid om de gesloten overeenkomst te ontbinden. Dat kan namelijk ook bij overmacht, zij het dat ontbinding niet mogelijk is als de tekortkoming ‘gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis’ de ontbinding niet rechtvaardigt. Dit zal van geval tot geval bekeken moeten worden. Ontbindt de wederpartij de overeenkomst niet, dan blijft zij ondanks de overmacht in stand. Is de overmachtssituatie voorbij? Dan herleeft de verplichting om de goederen te leveren.
  • Ik ben bezig met een grootscheepse verbouwing die ik nu in de ijskast heb gezet. Mijn leverancier van kantoormeubelen wil echter gewoon leveren in de afgesproken week, terwijl de verbouwing nog niet klaar is. Kan ik dit weigeren zonder financiële gevolgen?
    Het is van belang eerst na te gaan of er in de gesloten overeenkomst of de van toepassing zijnde algemene voorwaarden iets geregeld is voor deze situatie. Soms staan hierin clausules die het uitstellen van de levering mogelijk maken.
    Is in de overeenkomst niets geregeld? Dan geldt als uitgangspunt dat gesloten overeenkomsten moeten worden nagekomen. Als het uitstellen van de verbouwing een eigen beslissing is en de levering van de kantoormeubelen op zich gewoon mogelijk is, zal het weigeren van de levering in de meeste gevallen wel degelijk financiële gevolgen hebben. Welke financiële gevolgen dat zijn (vergoeding van de door de leverancier gemaakte kosten of bijvoorbeeld schadevergoeding) hangt af van de specifieke situatie. De uitkomst kan anders zijn als de verbouwing bijvoorbeeld als gevolg van overheidsmaatregelen is stilgelegd.
  • Ik sluit mijn sportschool tijdelijk, maar mag ik het abonnementsgeld blijven innen of moet ik het terugbetalen over de periode dat ik gesloten ben?
    Als uitgangspunt geldt: als de sportschool gesloten is, dan hoeven de leden van de sportschool geen contributie te betalen gedurende de periode van sluiting. De leden kunnen hun betalingsverplichting opschorten: de diensten waarvoor zij betalen, worden immers niet geleverd in deze periode.
    Hebben de leden hun contributie vooruit betaald? Dan hebben zij in principe recht op compensatie omdat de sportschool gedurende een bepaalde periode de overeengekomen diensten niet heeft verricht. Het ligt het meest voor de hand dat deze compensatie bestaat uit het abonnementsgeld over de periode waarin de sportschool dicht was. Uiteraard is het mogelijk om de leden van de sportschool een ander aanbod te doen (bijvoorbeeld het verlengen van het abonnement met een bepaalde periode zonder dat extra contributie hoeft te worden betaald).

Contact voor contractenrecht gerelateerde vragen:

Concurrentie en mededinging

  • Worden de mededingingsregels versoepeld als gevolg van de Corona-crisis?
    Bijzondere tijden vragen om bijzondere oplossingen. ACM stelt in haar persbericht van 18 maart 2020 dat concurrentieregels veel ruimte bieden om in tijden als deze samen te werken om te voorkomen dat mensen en bedrijven de dupe worden. Dat kan volgens de toezichthouder onder andere betekenen dat supermarkten elkaar mogen informeren over hoeveel voorraden ze beschikken. Logistieke dienstverleners mogen samenwerken om de Nederlandse burgers van levensmiddelen te voorzien. Branches mogen met elkaar afspraken maken over een soepele omgang met debiteuren. Deze voorbeelden laten zien dat er wel degelijk ruimte is voor onderlinge samenwerking tussen ondernemingen in het kader van de Corona-crisis. Uiteraard zal die samenwerking het algemeen belang moeten dienen, er moet sprake zijn van een tijdelijke en noodzakelijke maatregel, de gunstige effecten moeten ten goede komen aan de consument en de afspraak mag de concurrentie in zo’n geval niet onnodig beperken. Daarnaast blijft de ACM wel streng toezicht houden op de naleving van de mededingingsregels. Ook dat volgt uit hetzelfde persbericht. Bedrijven die misbruik maken van de onzekerheid en het gebrek aan bepaalde goederen, zullen worden bestraft. Bedrijven met een machtspositie mogen geen excessieve prijzen hanteren en bedrijven mogen ook niet onderling afspreken om de prijzen kunstmatig hoog te houden. De ACM zal niet nalaten om streng op te treden als blijkt dat bedrijven excessieve prijzen vragen voor producten die als essentieel worden beschouwd (zoals mondkapjes of ontsmettingsgel) of als consumenten worden misleid.
    De Europese mededingingsautoriteiten heeft een verklaring afgegeven. Uit deze verklaring volgt dat alle Europese mededingingsautoriteiten deze lijn delen en op dezelfde manier zullen omgaan met de mededingingsregels.

Contact voor vragen over de verruiming van de mededingingsregels in een specifiek geval, of de toepassing ervan door de ACM

Voor bestuurders

  • Welk alternatief bestaat er om aandeelhouders of leden de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan en/of te stemmen in de algemene vergadering zonder dat zij fysiek bij de vergadering aanwezig zijn?
    Besloten en naamloze vennootschappen
    De wet biedt de mogelijkheid om in de statuten van een besloten of naamloze vennootschap te bepalen dat iedere aandeelhouder bevoegd is om door middel van een elektronisch communicatiemiddel aan de algemene vergadering deel te nemen, daarin het woord te voeren en het stemrechtrecht uit te oefenen.Verenigingen, onderlinge waarborgmaatschappijen en coöperaties
    De wet biedt de mogelijkheid om in de statuten van een vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij en coöperatie op te nemen dat de leden hun stemrecht kunnen uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel.Voor de toepassing van deze mogelijkheid is vereist dat de aandeelhouder of het lid:
    – geïdentificeerd kan worden;
    – rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering; en
    – het stemrecht kan uitoefenen.

    Om rechtsgeldig deel te kunnen nemen en/of te kunnen stemmen in de algemene vergadering door middel van een elektronisch communicatiemiddel, moeten de statuten hiertoe wel de mogelijkheid openen.
    Let op: het gebruikmaken van deze mogelijkheid betekent niet dat er geen fysieke vergadering gehouden hoeft te worden! Een aandeelhouder of lid kan niet worden verplicht tot het gebruik van een elektronisch communicatiemiddel.

  • In hoeverre is het mogelijk een digitale algemene vergadering te houden?
    Op grond van de huidige wetgeving helaas (nog) niet. Op 8 april jl. is echter het wetsvoorstel ‘Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid’ ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel maakt het voor verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, besloten en naamloze vennootschappen en stichtingen mogelijk om daar waar nu nog fysieke overleg- en besluitvormingsprocedures zijn voorgeschreven, tijdelijk te kunnen volstaan met communicatie en stemming door middel van elektronische middelen. De verwachting is dat het wetsvoorstel op korte termijn wordt aangenomen. De spoedwet vervalt op 1 september 2020, maar deze wet kan steeds met twee maanden worden verlengd indien dat nodig is. Meer informatie over deze spoedwetgeving.
  • In de wet of de statuten zijn termijnen gesteld voor het houden van een (algemene) vergadering of het nemen van bepaalde besluiten. Moeten deze termijnen nog steeds worden nageleefd?
    In principe dienen de gestelde termijnen ‘gewoon’ te worden nageleefd. De wet en (veelal) de statuten bieden geen voorziening in het geval de vergadering niet door kan gaan. Eventueel bestaat er de mogelijkheid tot verlenging van de termijn, maar vaak zal deze verlenging slechts mogelijk zijn door de algemene vergadering of een ander orgaan. Juist het houden van een fysieke vergadering is in deze tijden lastig. Een alternatief is om de benodigde besluitvorming binnen een bepaalde termijn of het besluit tot verlenging van de termijn buiten vergadering te nemen. De wet en de statuten stellen nadere voorwaarden aan deze wijze van besluitvorming, waaronder dat alle vergadergerechtigden instemmen met die wijze van besluitvorming. Het is raadzaam deze voorwaarden goed na te (laten) gaan, om te voorkomen dat er ongeldige besluitvorming plaatsvindt.
    Indien de ‘Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid’ wordt aangenomen, krijgt het bestuur in ieder geval tijdelijk de bevoegdheid om de termijn voor het houden van de jaarlijkse algemene vergadering te verlengen met ten hoogste vier maanden. Ook krijgt het bestuur tijdelijk de bevoegdheid het opstellen van de jaarrekening te verlengen met ten hoogste vier maanden (in geval verenigingen en coöperaties) dan wel vijf maanden (in geval van besloten en naamloze vennootschapen).

Vragen?

Andere veelgestelde vragen omtrent de impact van Corona-maatregelen

Een overzicht van de contactpersonen treft u op “De impact van de Corona-maatregelen” pagina.

Deze Corona Q & A is met zorgvuldigheid samengesteld, maar er kunnen geen rechten worden ontleend aan de volledigheid en juistheid ervan. De informatie is bedoeld als algemene informatie en houdt geen advies in. Voor zover wordt verwezen naar andere websites, is Trip Advocaten & Notarissen niet verantwoordelijk voor de inhoud daarvan.

Voor werkgevers | Corona Q & A

Voor werkgevers kunnen de Corona-maatregelen grote gevolgen hebben. Wij hebben de veelgestelde vragen verzameld en onze specialisten geven de antwoorden.

Mocht het antwoord op uw vraag hier niet bij staan, neem dan gerust contact met ons op. Samen zoeken we naar een oplossing.

Wanneer er ontwikkelingen zijn, zullen we deze pagina updaten.

  • Moet ik als werkgever mijn personeel volledig blijven betalen, ook als ik als gevolg van de Corona-crisis geen of minder werk voor hen heb?
    Een werknemer houdt, ook als er geen of minder werk voor hem of haar is als gevolg van de Corona-crisis, recht op zijn volledige salaris. Een werkgever moet zijn werknemer(s) (wellicht met uitzondering van sommige oproepkrachten) dan ook volledig blijven betalen. Wel heeft de regering een tijdelijke maatregel aangekondigd om werkgevers tegemoet te komen in de loonkosten als er sprake is van omzetdaling als gevolg van de Corona-crisis, de zogeheten Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). Heel kort gezegd komt het erop neer dat, indien er sprake is van een verwacht omzetverlies van meer dan 20%, een werkgever (aan de hand van een staffel) tot maximaal 90% van zijn loonkosten kan terugkrijgen. De werkgever moet het loon wel 100% doorbetalen. Het UWV betaalt onder de NOW-regeling ook op korte termijn een voorschot uit. Helaas is de regeling nog niet uitgewerkt en nog niet in werking getreden. Dit zal op zeer korte termijn gebeuren. Zodra hierover meer bekend is, zullen wij hier uiteraard over berichten. Overigens is over deze NOW-regeling door onze collega’s Joost Funke en Robbie Leyten al een uitgebreid blog geschreven.
    Het UWV biedt actuele informatie met betrekking tot de Corona-maatregelen en de NOW.
  • Mag ik mijn werknemers verplichten om naar het werk te komen en/of thuis te werken?
    Als werkgever moet u zorgen voor een veilige werkomgeving voor uw werknemers. Dit houdt onder andere in dat u ervoor moet zorgen dat uw werknemers op hun werkplek niet in aanraking komen met besmettelijke collega’s en dat u voldoende hygiënemaatregelen (1,5 meter afstand/vermijden fysiek contact/geen handen schudden etc.) moet nemen. Indien u dit kunt bewerkstelligen, dan kunt u uw werknemers in principe verplichten om naar de werkplek te komen. De vraag is wel of u dat in alle gevallen moet willen. Het kabinet heeft niet voor niets opgeroepen om zo veel mogelijk thuis te werken. Werknemers met klachten kunt u verplichten om thuis te blijven. Daarnaast raden wij u aan om werknemers die tot een risicogroep behoren en alle andere werknemers die thuis kunnen werken, ook daadwerkelijk thuis te laten werken. Daarbij geldt dat als er werk gedaan kan worden, werknemers daar in principe ook toe gehouden zijn, of dat nou op de werkplek is of thuis.
  • Als het voor werknemers als gevolg van de getroffen maatregelen niet mogelijk is om (thuis) te werken, kan ik mijn werknemers dan verplichten om vakantie op te nemen?
    Een werknemer die niet ziek is, kunt u in beginsel niet verplichten om vakantie op te nemen voor de dagen/uren dat hij niet aan het werk is. Wettelijk is geregeld dat vakantie wordt vastgesteld conform de wensen van de werknemer. Bij schriftelijke overeenkomst en bij CAO kan van deze hoofdregel worden afgeweken.
  • Mag de werkgever werknemers testen op symptomen van Corona?
    Het standpunt van de toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens (‘de AP’) is op dit punt helder: Werknemers testen op symptomen van het Corona-virus mag uitsluitend in de zorg. In andere sectoren mag dit niet. Dit zou namelijk in strijd zijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
    Gezondheidsgegevens zijn bijzondere persoonsgegevens en zijn daarom extra beschermd. Als werkgever mag u volgens de toezichthouder, ook niet in de huidige omstandigheden, op de stoel van een arts gaan zitten door conclusies te trekken over de gezondheid van individuele medewerkers. De AP zegt specifiek dat het niet toegestaan is om bij te houden waar medewerkers op vakantie zijn geweest of om hun temperatuur vast te leggen. Volgens de AP dient de arbodienst of bedrijfsarts ingeschakeld te worden om te controleren op Corona.
    U mag volgens de AP wel van uw werknemer verlangen om zijn of haar gezondheid zelf scherp in de gaten te houden. De toezichthouder wijst op de mogelijkheid dat de werknemer tijdens werktijd zelf zijn of haar temperatuur opneemt. Ook mag u een werknemer naar huis sturen als deze verkoudheids- of griepverschijnselen vertoont, of als u twijfelt over zijn of haar gezondheid.
    Dat deze strenge uitleg van de AVG juist is, staat overigens niet vast. De AP is door de wetgever belast met de handhaving van de privacywetgeving en interpreteert de wetgeving op een bepaalde manier. Het is echter uiteindelijk de rechter die oordeelt hoe de AVG daadwerkelijk uitgelegd moet worden. Het is goed denkbaar dat deze, mede afhankelijk van uw specifieke geval, anders oordeelt. Publicaties van andere Europese privacytoezichthouders, alsmede de overkoepelende European Data Protection Board (EDPB) wijzen er bovendien op dat er wellicht meer ruimte is dan de AP nu stelt. Wij raden u aan om voor een passende beoordeling van uw concrete maatregelen contact met ons op te nemen.
  • Welke vergoeding of tegemoetkoming in de (GWL/telefoon/internet) kosten ben ik verplicht extra te geven aan werknemers die verplicht thuis werken?
    Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet bent u als werkgever verplicht zorg te dragen voor een veilige en gezonde werkplek. Als u uw werknemers voor een langere periode verplicht thuis te werken, dan moet u zorgen voor bijvoorbeeld een goede bureaustoel of goede verlichting zodat werknemers geen gezondheidsklachten krijgen. Het lijkt er echter op dat werknemers gedurende een relatief korte periode (enkele weken) thuis moeten werken als gevolg van het Corona-virus. Dergelijke maatregelen lijken nu dus (nog) niet nodig.
    Alle redelijke extra kosten die een werknemer moet maken in de uitoefening van de verplichte werkzaamheden thuis, denk aan extra internet-, print- en telefoonkosten, dienen te worden vergoed door de werkgever. De werknemer dient wel vooraf aan de werkgever kenbaar te maken dat hij/zij deze kosten gaat maken.
    Op grond van de Wet op de loonbelasting kunt u als werkgever een onbelaste vergoeding (zolang dit nog binnen de vrije ruimte past) aan werknemers toekennen voor een internet- en/of telefoonabonnement. Werknemers dienen dan wel aan te kunnen tonen dat zij de kosten voor deze abonnementen hebben gemaakt, bijvoorbeeld door overlegging van de facturen. U kunt werknemers die thuiswerken als gevolg van het Corona-virus daarnaast een onbelaste vergoeding toekennen voor gas, water en licht (eveneens zolang dit nog binnen de vrije ruimte past).
  • Ik heb de vakantieaanvraag van mijn werknemer eerder al goedgekeurd. Mag ik deze alsnog afkeuren en intrekken vanwege Corona?
    Indien gewichtige redenen daartoe aanleiding geven, kunt u als werkgever, na overleg met de werknemer, het vastgestelde tijdvak van de vakantie van de werknemer wijzigen. U dient daarvoor gewichtige redenen aan te tonen. Een gewichtige reden kan bijvoorbeeld zijn dat er veel zieke werknemers zijn en het bedrijfsbelang ernstig in gevaar komt, indien de betrokken werknemer ook nog op vakantie zou gaan. Een dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen in de zorg wanneer meerdere artsen ziek zijn en de arts die op vakantie zou gaan nodig is in het ziekenhuis om voldoende en goede zorg te kunnen bieden aan patiënten. De vrees voor besmetting met Corona is op zich geen gewichtige reden om een eerder goedgekeurde vakantieaanvraag alsnog in te trekken. De werkgever is verplicht de schade, die de werknemer lijdt ten gevolge van de wijziging van het tijdvak van de vakantie, te vergoeden. Schade kan bijvoorbeeld gelegen zijn in de kosten van annulering van een geplande reis.
    Het is mogelijk dat in CAO’s afwijkende regelingen zijn opgenomen. Indien een CAO van toepassing is op de arbeidsovereenkomst, raden wij u aan deze te raadplegen.
  • Als een werknemer op vakantie gaat, maar deze vakantie vanwege Corona niet doorgaat en de werknemer verzoekt om alsnog te mogen werken (i.p.v. vakantiedagen opnemen), ben ik dan verplicht om dit verzoek te honoreren?
    De beantwoording van deze vraag hangt af van de omstandigheden van het geval. U moet zich in ieder geval als goed werkgever opstellen. Wij zijn van mening dat u in beginsel niet hoeft in te stemmen met het verzoek van de werknemer indien er als gevolg van het Corona-virus geen werk beschikbaar is voor de werknemer. Indien er echter voldoende werk voorhanden is en de werknemer zich uitdrukkelijk beschikbaar houdt voor werk, dan kunnen wij niet uitsluiten dat een rechter van mening is dat u op grond van goed werkgeverschap moet instemmen met het verzoek van de werknemer zijn vakantie in te trekken en dat u de werknemer te werk moet stellen. Wij raden u aan in overleg met de werknemer te bepalen hoe op zijn/haar verzoek zal worden beslist.

Contact voor arbeidsrechtsgerelateerde vragen

Andere veelgestelde vragen omtrent de impact van Corona-maatregelen

Een overzicht van de contactpersonen treft u op “De impact van de Corona-maatregelen” pagina.

Deze Corona Q & A is met zorgvuldigheid samengesteld, maar er kunnen geen rechten worden ontleend aan de volledigheid en juistheid ervan. De informatie is bedoeld als algemene informatie en houdt geen advies in. Voor zover wordt verwezen naar andere websites, is Trip Advocaten & Notarissen niet verantwoordelijk voor de inhoud daarvan.

Voor aannemers en opdrachtgevers | Corona Q&A

Voor aannemers en opdrachtgevers kunnen de Corona maatregelen grote gevolgen hebben. Wij hebben de veelgestelde vragen verzameld en onze specialisten geven de antwoorden.

Mocht het antwoord op uw vraag hier niet bij staan, neem dan gerust contact met ons op. Samen zoeken we naar een oplossing.

Wanneer er ontwikkelingen zijn, zullen we deze pagina updaten.

  • Heb ik als aannemer recht op bouwtijdverlenging? En kan ik als aannemer de aanneemsom aanpassen door de Corona-maatregelen?
    Zowel de UAV 2012 als de UAV-GC 2005, veelgebruikte standaardvoorwaarden in de bouw, hebben regelingen die zien op onvoorziene omstandigheden en overmacht (zie § 8 UAV 2012 en § 44 UAV-gc). De Corona-crisis en de in dat kader door de overheid getroffen (en ongetwijfeld nog te treffen) maatregelen, zullen in de regel als zodanige onvoorziene omstandigheden en overmacht hebben te gelden. De omstandigheden geven een aannemer pas recht op ‘tijd en geld’, wanneer een vertraging of kostenverhoging aantoonbaar en concreet daarmee in verband kan worden gebracht. Dat betekent dat de administratie goed op orde moet zijn: als (achteraf) niet duidelijk kan worden gemaakt op welke manier de Corona-gerelateerde omstandigheden tot vertraging en/of kostenverhoging hebben geleid, dan zal de opdrachtgever niet gehouden zijn om met een claim op tijd en geld in te stemmen. Het vraagt in dit stadium, waarin de bouw nog niet rechtstreeks wordt getroffen door overheidsmaatregelen, voornamelijk om goede communicatie en afstemming tussen aannemer en opdrachtgever. Houd over en weer vinger aan de pols, en bedenk vooral dat contractspartijen in het algemeen en zeker in extreme omstandigheden gehouden zijn om redelijk en billijk met elkaar en elkaars belangen om te gaan: handel daar ook naar.

Contact voor bouwrecht gerelateerde vragen:

Andere veelgestelde vragen omtrent de impact van Corona-maatregelen

Een overzicht van de contactpersonen treft u op “De impact van de Corona-maatregelen” pagina.

Deze Corona Q & A is met zorgvuldigheid samengesteld, maar er kunnen geen rechten worden ontleend aan de volledigheid en juistheid ervan. De informatie is bedoeld als algemene informatie en houdt geen advies in. Voor zover wordt verwezen naar andere websites, is Trip Advocaten & Notarissen niet verantwoordelijk voor de inhoud daarvan.

Voor overheden en publieke organisaties | Corona Q & A

Voor overheden en publieke organisaties kunnen de Corona-maatregelen grote gevolgen hebben. Wij hebben de veelgestelde vragen verzameld en onze specialisten geven de antwoorden.

Mocht het antwoord op uw vraag hier niet bij staan, neem dan gerust contact met ons op. Samen zoeken we naar een oplossing.

Wanneer er ontwikkelingen zijn, zullen we deze pagina updaten.

Bestuursrecht

  • Is de overheid aansprakelijk voor schade als gevolg van rechtmatig getroffen corona maatregelen?
    De uitbraak van het Corona-virus zorgt ervoor dat de overheid verschillende, soms verregaande, maatregelen moet nemen om verdere verspreiding van het virus zoveel mogelijk te voorkomen. Die maatregelen grijpen niet zelden diep in op de bedrijfsvoering van ondernemingen. Bedrijven moeten noodgedwongen hun deuren sluiten en evenementen kunnen niet langer doorgang vinden.
    Het is vaste rechtspraak dat degene, die schade lijdt als gevolg van rechtmatig overheidsoptreden, het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor dat optreden kan verzoeken om nadeelcompensatie. Die compensatie kan worden toegekend op grond van een wettelijk voorschrift of een beleidsregel dan wel het égalité beginsel, het ongeschreven rechtsbeginsel van gelijkheid voor de openbare lasten. Dit beginsel brengt mee dat men recht heeft op vergoeding van schade die het rechtstreeks gevolg is van rechtmatig overheidsoptreden, waardoor men onevenredig zwaar wordt getroffen in vergelijking met andere bedrijven die in een vergelijkbare positie verkeren (speciale last). Daarnaast moet sprake zijn van een last die uitstijgt boven het normaal maatschappelijk risico of normaal ondernemersrisico (abnormale last). Ook moet causaal verband bestaan tussen het rechtmatige overheidsoptreden, moet de schade niet voorzienbaar zijn geweest en mag de schade niet anderszins zijn verzekerd.
    Voorzienbaar discussiepunt is het criterium dat sprake moet zijn van een ‘speciale last’. De (veelal generieke) maatregelen die de overheid treft raken een aanzienlijk deel van de bedrijven (binnen dezelfde sector) in bovendien vergelijkbare mate. Dezelfde vraag kan worden gesteld voor organisaties van wie de evenementenvergunning door die maatregelen wordt ingetrokken. Het is misschien niet geheel ondenkbaar dat een bepaald bedrijf of een bepaalde groep bedrijven daadwerkelijk zwaarder wordt getroffen dan andere bedrijven in een vergelijkbare positie, maar dat zal, van geval tot geval, beoordeeld moeten worden. Van belang is ook het onderscheid tussen de gevolgen van de maatregel die de overheid neemt en de gevolgen van de Corona-uitbraak zelf. Voor dat laatste is de overheid uiteraard niet aansprakelijk.
  • Wie is tijdens de Corona-crisis bevoegd tot het afkondigen van een noodverordening?
    De bevoegdheid van burgemeesters om een noodverordening vast te stellen ten aanzien van de bestrijding van het Corona-virus is in de huidige situatie buitenspel gezet. Die bevoegdheid komt thans toe aan de voorzitters van de verschillende veiligheidsregio’s. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan de voorzitters van de veiligheidsregio’s op zijn beurt opdragen maatregelen te treffen in het kader van de bestrijding van het Corona-virus, waaronder het opnemen van maatregelen in een noodverordening.
    Burgemeesters zijn belast met de handhaving van de openbare orde, zo volgt uit artikel 172 Gemeentewet. In dat kader zijn zij bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde. Artikel 176 Gemeentewet kent aan burgemeesters de bevoegdheid toe in geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan algemeen verbindende voorschriften te geven die ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig zijn; de zogenoemde noodverordening.
    Op grond van artikel 39, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) is de voorzitter van de veiligheidsregio in geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, ten behoeve van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de betrokken gemeenten bij uitsluiting bevoegd toepassing te geven aan de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid. Onder “ramp” wordt in artikel 1 van de Wvr verstaan: “een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken;”
    De verspreiding van het Corona-virus is, gelet op het gemeentegrens overstijgende karakter, ontegenzeggelijk een ramp van meer dan plaatselijke betekenis. De bevoegdheid om ter bestrijding daarvan een noodverordening vast te stellen komt op grond van artikel 39 Wvr dus uitsluitend toe aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s zijn op grond van artikel 6, vierde lid, van de Wet publieke gezondheid (Wpg) bevoegd om op grond van die wet de maatregelen te nemen.
    Maandag 23 maart jl. heeft het kabinet aanvullende maatregelen getroffen in de aanpak van het Corona-virus. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge, heeft de voorzitters van de veiligheidsregio’s de opdracht gegeven hun bevoegdheden op het terrein van openbare orde en veiligheid, als bedoeld in artikel 39 Wvr, in te zetten om zo spoedig mogelijk een aantal maatregelen te treffen. Die maatregelen bestaan onder meer uit een verbod op samenkomsten (met uitzondering van een aantal nader door de minister genoemde gevallen), en een verbod op al dan niet toevallige groepsvorming in (bepaalde delen van) de publieke ruimte. De minister ontleent zijn bevoegdheid tot het geven van een dergelijke opdracht aan artikel 7 van de Wet publieke gezondheid. Artikel 7, eerste lid, Wpg bepaalt dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de leiding heeft bij bestrijding van een infectieziekte uit groep A en in dat kader aan de voorzitter van de veiligheidsregio kan opdragen hoe de bestrijding ter hand te nemen, waaronder begrepen de maatregelen als bedoeld in die wet. Uit artikel 1, aanhef en onder e, Wpg volgt dat het Corona-virus ook een infectieziekte is die tot groep A behoort. De Minister heeft derhalve de leiding bij de bestrijding van het Corona-virus. De bevoegdheid tot het uitvaardigen van een noodverordening ter bestrijding van het virus komt echter toe aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s.

Contact

Aanbestedingsrecht

  • De Corona-crisis brengt met zich dat een aanbestedende dienst met spoed dienen in te kopen. Kan dat?
    Het kan gebeuren dat een aanbestedende dienst door de Corona-crisis op de kortst mogelijke termijn materiaal of diensten nodig heeft. In die situaties biedt de Aanbestedingswet 2012 aanknopingspunten om onderhands een – normaal gesproken Europees aanbestedingsplichtige – opdracht te kunnen verlenen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen indien aan de voorwaarden voor toepassing van de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging (2.32 Aw2012) wordt voldaan. Dat is onder andere het geval indien sprake is van dwingende spoed. Hiervoor dient aan een aantal eisen te worden voldaan. Er dient sprake te zijn van een onvoorziene omstandigheid die spoed veroorzaakt. De dwingende spoed is van dien aard dat de wettelijke termijnen niet in acht genomen kunnen worden. Dat geldt ook voor de termijnen die bij urgente situaties als bedoel in artikel 2.74 Aw2012 kunnen worden toegepast. Tot slot mag de onvoorziene omstandigheid niet te wijten zijn aan de aanbestedende dienst zelf.
    Een andere uitzondering kan wellicht zijn de toepassing van de onderhandelingsprocedure, omdat mededinging ontbreekt om technische redenen of omwille van bescherming van uitsluitende rechten. Hierbij zou gedacht kunnen worden aan de situatie waarin een oplossing tegen Corona beschikbaar komt die slechts door één ondernemer wordt aangeboden.
    Let op: het is vaste jurisprudentie dat een uitzondering op de aanbestedingsplicht restrictief dient te worden toegepast. Het is aan de aanbestedende dienst om te bewijzen dat aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan.
  • Op welke wijze raakt de Corona-crisis lopende en nog te starten aanbestedingen?
    De huidige crisis zorgt ervoor dat ondernemers in meer of mindere mate tijdelijk te maken hebben met minder (efficiënte) capaciteit door zieke werknemers of anderszins doordat het grootste gedeelte van Nederland de verantwoorde keuze maakt om thuis te blijven/werken. Uiteraard is het intussen van belang dat aanbestedingsprocedures zo veel als mogelijk (voor zover veilig en in redelijkheid van de aanbestedende dienst kan worden gevergd) worden vervolgd of opgestart om de negatieve gevolgen van de crisis voor de economie nog een beetje te beperken.
    Aanbestedende diensten doen er (op grond van het proportionaliteitsbeginsel) verstandig aan om met de gevolgen van de Corona-crisis rekening te houden bij de aanbestedingsprocedure door bijvoorbeeld inschrijvers langer de tijd te geven om vragen te stellen en in te schrijven. Denk ook goed na over de keuze van de (stappen binnen de) procedure. Hoewel de meeste aanbestedingen volledig elektronisch verlopen, bestaan er namelijk (stappen binnen) procedures waarin normaliter fysiek contact plaatsvindt tussen de aanbestedende dienst en één of meer inschrijvers. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een schouw of aanwijs in een openbare procedure, alsmede aan procedures zoals de concurrentiegerichte dialoog, mededingingsprocedure met onderhandeling of de aanbesteding op basis van best value. Nagegaan zal moeten worden of dergelijke fysieke contactmomenten op een veilige manier kunnen plaatsvinden.
    Om dezelfde redenen dient de aanbestedende dienst (op grond van het proportionaliteitsbeginsel) rekening te houden met de Corona-crisis bij het bepalen van de voorwaarden voor uitvoering van de opdracht. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de uitvoeringstermijn of de locatie van uitvoering. Wees er als aanbestedende dienst van bewust dat als uitgangspunt heeft te gelden dat (eventuele) risico’s worden belegd bij de partij die deze het best kan beheersen. Denk daarbij ook na over het opnemen van eventuele herzieningsclausules voor als onverhoopte overheidsmaatregelen nakoming moeilijker of onmogelijk maken. Dergelijke herzieningsclausules moeten in duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige wijze worden geformuleerd zodat de omvang en de aard van de wijziging omschreven is en de voorwaarden waaronder deze kan worden gebruikt.Indien de procedure al loopt en het wordt wenselijk geacht wijzigingen aan te brengen in de procedure of (de voorwaarden van) de opdracht, dan dient zulks op juiste wijze plaats te vinden. Denk aan heldere communicatie via de Nota van Inlichtingen, alsmede – bij ingrijpende wijzigingen – een rectificatie op TenderNed met verlenging van de inschrijvingstermijn. Probeer waakzaam te zijn voor zodanige wijzigingen die het mogelijk zouden maken dat een bredere kring van gegadigden geïnteresseerd zou kunnen zijn in deelname aan de aanbestedingsprocedure.
  • De uitvoering van een contract dat al was aanbesteed moet als gevolg van de Corona-maatregelen anders uitgevoerd worden. Mag dat?
    Als een opdracht eenmaal is gegund, dan geldt als hoofdregel dat deze niet meer wezenlijk mag worden gewijzigd zonder opnieuw een aanbesteding te organiseren. Wijzigingen mogen alleen zonder nieuwe aanbestedingsprocedure worden doorgevoerd als de wijziging valt onder één van de artikelen artikel 2.163b t/m 2.163g Aanbestedingswet 2012. Indien een wijziging van een al bestaande overeenkomst noodzakelijk wordt door de Corona-crisis of de maatregelen die dientengevolge zijn getroffen dan lijkt de Aanbestedingswet 2012 het mogelijk te maken wijzigingen door te voeren. Bijvoorbeeld indien de wijziging het gevolg is van onvoorziene omstandigheden die een zorgvuldig voorbereidende aanbestedende dienst niet kon voorzien. Indien de wijziging de algemene aard van de opdracht niet wijzigt en in waarde beperkt blijft tot 50% van de oorspronkelijke opdracht dan kan – mits een aankondiging van de wijziging op TenderNed wordt geplaatst – deze wijziging zonder nieuwe aanbestedingsprocedure worden doorgevoerd. Wijzigingen die (cumulatief) van beperkte aard zijn mogen overigens sowieso doorgevoerd worden. De wijziging mag dan eveneens niet de algemene aard van de opdracht wijzigen, moet beneden de Europese drempelwaarde blijven en mag niet groter zijn dan 10% van de oorspronkelijke waarde ingeval van een dienst/levering, dan wel 15% ingeval van werken.

Contact

Staatssteun

Op 4 april 2020 heeft de Commissie een wijziging van de tijdelijke kaderregeling goedgekeurd waarmee de tijdelijke kaderregeling van 19 maart 2020 wordt verruimd. Met deze wijziging krijgen lidstaten meer ruimte om bedrijven te steunen die producten ontwikkelen en produceren die hard nodig zijn om het Corona-virus te bestrijden. Het kan daarbij gaan om vaccins, geneesmiddelen, medische apparatuur en ontsmettings- of beschermingsmiddelen. Ook worden nieuwe algemene maatregelen getroffen.

De tijdelijke kaderregeling voorziet in vijf soorten nieuwe steunmaatregelen.

  1. Steun voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) rond het Corona-virus: steun is mogelijk in de vorm van directe subsidies, terugbetaalbare voorschotten of belastingvoordelen voor O&O relevant voor het Corona-virus en andere virussen.
  2. Steun voor de bouw en opschaling van testfaciliteiten: steun is mogelijk in de vorm van directe subsidies, belastingvoordelen of terugbetaalbare voorschotten, en volledige garanties tegen verliezen als ondersteuning van investeringen in de bouw of het opschalen van infrastructuur die nodig is om producten te ontwikkelen en te testen die nuttig kunnen zijn in de bestrijding van deze uitbraak van het coronavirus; dit geldt tot en met de fase van de eerste industriële toepassing.
  3. Steun voor de productie van producten om de uitbraak van het Corona-virus te bestrijden: steun kan worden verleend in de vorm van directe subsidies, belastingvoordelen of terugbetaalbare voorschotten, en volledige garanties tegen verliezen als ondersteuning van investeringen in de snelle productie van voor het Corona-virus relevante producten.
  4. Gerichte steun in de vorm van betalingsuitstel voor belastingen en/of opschorting van betaling van sociale premies: lidstaten kunnen gericht betalingsuitstel van belastingen en sociale premies toestaan in de bedrijfstakken, regio’s of voor de soorten ondernemingen die het hardst door de uitbraak worden getroffen.
  5. Gerichte steun in de vorm van loonsubsidies voor werknemers:lidstaten kunnen bijdragen in de loonkosten van de ondernemingen in de bedrijfstakken of regio’s die het meest te lijden hebben van de uitbraak van het Corona-virus en die anders personeel zouden moeten ontslaan.

Deze gewijzigde tijdelijke kaderregeling zal tot eind december 2020 van kracht zijn. Om de nodige rechtszekerheid te garanderen, zal de Commissie vóór die datum nagaan of de kaderregeling moet worden verlengd.

Contact

Andere veelgestelde vragen omtrent de impact van Corona-maatregelen

Een overzicht van de contactpersonen treft u op “De impact van de Corona-maatregelen” pagina.

Deze Corona Q & A is met zorgvuldigheid samengesteld, maar er kunnen geen rechten worden ontleend aan de volledigheid en juistheid ervan. De informatie is bedoeld als algemene informatie en houdt geen advies in. Voor zover wordt verwezen naar andere websites, is Trip Advocaten & Notarissen niet verantwoordelijk voor de inhoud daarvan.

De impact van de Corona-maatregelen: vragen en antwoorden

De impact van de Corona-crisis op de gezondheid, het dagelijkse leven en de economie is groot. Onze cliënten hebben er allemaal op hun eigen manier mee te maken. Onze specialisten hebben de meest voorkomende vragen op een rij gezet. Wij baseren ons daarbij op de actuele stand van zaken. De vragen en antwoorden worden op basis van de ontwikkelingen regelmatig aangepast. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan vrijblijvend contact op met één van onze specialisten.

Bij uw vaste contactpersoon kunt u uiteraard altijd terecht, maar u kunt ook te allen tijde contact opnemen met:

Serviceniveau blijft gelijk

In navolging van het kabinetsbeleid werken onze advocaten, notarissen en medewerkers tot en met 6 april zo veel mogelijk vanuit huis. Ons kantoor heeft goede ICT-voorzieningen die ertoe bijdragen dat onze dienstverlening zoveel mogelijk op het bij u vertrouwde niveau kan worden voortgezet.

Voor spoedeisende zaken (zoals bijvoorbeeld passeren van notariële akten) blijft ons kantoor geopend. Onze advocaten en notarissen zijn telefonisch bereikbaar (rechtstreeks of via de receptie) en volledig uitgerust om vanuit huis aan uw dossiers te werken.

De tijdelijke maatregel Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid

Op 17 maart 2020 heeft de overheid nieuwe maatregelen bekend gemaakt om bedrijven financieel te ondersteunen in deze moeilijke periode. Een van die maatregelen heeft betrekking op de regeling voor werktijdverkorting. De overheid heeft besloten om de regeling voor werktijdverkorting stop te zetten als ‘corona-maatregel’ en introduceert in plaats daarvan de tijdelijke maatregel Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (hierna: ‘’NOW’’). Hoe deze regeling eruit komt te zien, is nu slechts op hoofdlijnen bekend.

Indien een werkgever reeds een vergunning voor werktijdverkorting heeft verkregen, dan blijft deze van kracht gedurende de periode waarvoor deze vergunning is verleend. Een eventuele verlenging verloopt via de NOW. Als een werkgever al een aanvraag voor een vergunning voor werktijdverkorting had gedaan, maar de vergunning was nog niet toegekend, dan wordt de aanvraag beschouwd als een aanvraag voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW. Werkgevers zal dan nog wel om aanvullende informatie kunnen worden gevraagd.

De tegemoetkoming in de loonkosten op grond van het NOW werkt als volgt. Werkgevers kunnen een aanvraag indienen bij het UWV voor een tegemoetkoming in de loonkosten van vaste- en flexibele werknemers. Ook uitzendbedrijven kunnen een tegemoetkoming aanvragen voor uitzendkrachten die zij in dienst hebben. Indien de tegemoetkoming wordt toegekend, ontvangt de werkgever een voorschot van 80% van de verwachte tegemoetkoming van het UWV. Na afloop van de periode waarover de werkgever een tegemoetkoming ontvangt, wordt vastgesteld wat de werkelijke omzetdaling was en vindt eventueel een correctie plaats.

De tegemoetkoming in de loonkosten kan worden aangevraagd voor een periode van in ieder geval drie maanden. Na afloop van die periode is het mogelijk een verlenging te vragen van nog eens drie maanden. Andere voorwaarden die gelden voor een aanvraag zijn als volgt:

  • De werkgever gaat bij een aanvraag de verplichting aan dat hij geen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen zal aanvragen tijdens de periode waarover de aanvraag is verleend;
  • De werkgever verwacht een omzetdaling van minstens 20% of heeft reeds een dergelijke omzetdaling;
  • Alleen omzetdaling vanaf 1 maart 2020 valt onder de regeling; en
  • Werkgevers dienen 100% van het loon aan hun werknemers door te betalen.

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling en bedraagt maximaal 90% van de loonsom van de werkgever. Op de website van de Rijksoverheid worden de volgende voorbeelden gegeven:

  • als 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever;
  • als 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom van een werkgever;
  • als 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever. (Bron: Rijksoverheid)

Werknemers hoeven niet te stoppen met werken indien hun werkgever een tegemoetkoming in de loonkosten ontvangt op grond van de NOW. Werkgevers kunnen nog steeds van hun werknemers verlangen dat zij, al dan niet vanuit huis, doorwerken. Voor werknemers is verder nog van belang dat de NOW losgekoppeld is van de WW-uitkering. Dit betekent dat werknemers geen WW-rechten verspelen als hun werkgever een tegemoetkoming in de loonkosten ontvangt.

De inwerkingtredingsdatum van de NOW is nog niet bekend. Wij houden u via onze sociale kanalen op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van de NOW. Houd daarvoor onze website en LinkedIn pagina in de gaten.

In de bij dit blog gevoegde kamerbrief van 17 maart 2020 wordt een uitgebreide toelichting gegeven op de NOW.

Vragen?

Mochten er naar aanleiding van dit blog vragen zijn over arbeidsrechtelijke kwesties omtrent het coronavirus, neem dan contact op met een van de leden van onze arbeidsrechtsectie. De schrijvers van dit blog zijn Joost Funke en Robbie Leyten.