Een brancheringsregeling in een bestemmingsplan: Mag dat?

Een brancheringsregeling in een bestemmingsplan: Mag dat?

Veel gemeenteraden nemen in het bestemmingsplan een brancheringsregeling op met als doel het winkelaanbod in de gemeente te reguleren, bijvoorbeeld om leegloop van het stadscentrum te voorkomen. Soms leidt dit tot conflicten tussen retailorganisaties en gemeenten. Een geschil in Appingedam leidde tot vragen hierover bij het Europese Hof van Justitie. Wij berichtten u hier al eerder over. In een langlopend geschil over een brancheringsregeling in Appingedam heeft de Raad van State een volgende stap gezet.

Appingedam: Brancheringsregeling voor vestiging buiten het stadscentrum

Een schoenenzaak wilde zich vestigen in een winkelcentrum, gelegen buiten het centrum van Appingedam. Het gemeentelijke bestemmingsplan stond dat echter niet toe. De gemeente Appingedam hanteert namelijk een brancheringsregeling in het bestemmingsplan en het winkelcentrum waar de schoenenzaak zich wilde vestigen was slechts bestemd voor volumineuze detailhandel. De schoenenzaak was juist wel welkom in de binnenstad. Met deze regeling beoogt de gemeenteraad de binnenstad van Appingedam aantrekkelijk te houden voor winkelend publiek en leegstand in het centrum te voorkomen. Geen slecht idee, maar mag dat eigenlijk wel?

De verhuurder van het pand waar de schoenenzaak zich wilde vestigen was het met de regeling niet eens en stelde beroep in tegen het bestemmingsplan bij de Raad van State. De Raad van State heeft de zaak eerst voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie. De vraag was of de brancheringsregeling onder de reikwijdte van de Europese Dienstenrichtlijn valt. De Dienstenrichtlijn stelt namelijk eisen aan vergunningstelsels die lidstaten hanteren. De vergunningstelsels mogen geen onderscheid naar nationaliteit maken, zij moeten noodzakelijk zijn om dwingende redenen van algemeen belang én zij mogen niet verder gaan dan nodig om het nagestreefde doel te verwezenlijken. Dit ter bevordering van het vrije verkeer tussen de landen van de Europese Unie.

Arrest Hof van Justitie: Dienstenrichtlijn geldt voor detailhandel in goederen

Het Europese Hof heeft op 30 januari 2018 bepaald dat detailhandel in goederen een dienst vormt. Dat betekent dat de verkoop van schoenen een activiteit is waarop de regels van de Dienstenrichtlijn van toepassing zijn. En dat brengt weer mee dat alle regels waarmee deze verkoop wordt gereguleerd, dus ook de brancheringsregeling in het bestemmingsplan, moeten voldoen aan de eisen van de Dienstenrichtlijn. Na dit oordeel van het Europese Hof was het aan de Raad van State om een inhoudelijk oordeel te geven over deze kwestie.

Raad van State: Gemeente moet huiswerk doen

Op 20 juni 2018 heeft de Raad van State uitspraak gedaan. In de uitspraak heeft de Raad van State getoetst of de brancheringsregeling voldoet aan de voorwaarden van de Dienstenrichtlijn. De uitgevoerde toets is tweeledig. Ten eerste, of het doel dat met de regeling wordt nagestreefd, noodzakelijk is om een dwingende reden van algemeen belang (het noodzakelijkheidsvereiste). En ten tweede, of de maatregel geschikt is om dat doel te bereiken en er geen andere, minder beperkende maatregel mogelijk is (het geschiktheidsvereiste).

Over het noodzakelijkheidsvereiste is de Raad van State van oordeel dat de gemeente branchering mag toepassen als de gemeente daarmee beoogt om een aantrekkelijk winkelcentrum te bevorderen, de leefbaarheid van het stadscentrum te behouden en leegstand in dit gebied te voorkomen. Het bereiken van deze doelen is nodig voor de bescherming van het stedelijk milieu. Daarmee vormen zij een dwingende reden van algemeen belang die de brancheringsregeling rechtvaardigt.

Over het geschiktheidsvereiste is de Raad van State echter van oordeel dat de raad van Appingedam onvoldoende heeft aangetoond dat de brancheringsregeling ook geschikt is en evenredig is voor het bereiken van dit doel. Met andere woorden, de gemeenteraad had moeten bewijzen dat er geen andere maatregelen zijn om een aantrekkelijk stadscentrum te behouden, die minder beperkingen opleggen aan het vrije verkeer van goederen. De Raad van State acht het wel mogelijk dat er een verband bestaat tussen regulering van de vestigingsmogelijkheden voor winkels en het behoud van de leefbaarheid van het stadscentrum. Maar dat moet wel aan de hand van een analyse met specifieke gegevens kunnen worden aangetoond. De gemeenteraad van Appingedam had zich alleen op algemene ervaringsregels beroepen. Hierdoor acht de Raad van State niet bewezen dat de brancheringsregeling naast noodzakelijk, geschikt en evenredig is voor het bereiken van het beoogde doel.

De raad krijgt nu een half jaar de tijd om met een specifieke analyse aan te tonen dat de betreffende brancheringsregeling geschikt is en evenredig. Of, om een minder beperkende maatregel vast te stellen. Daarna zal de Raad van State een einduitspraak doen.

Conclusie: Het blijft nog even spannend

Schept deze uitspraak nu helderheid of niet?

Brancheringsregelingen die een doel dienen dat kan worden aangemerkt als een dwingende reden van algemeen belang, zoals het beschermen van het stedelijk milieu, zijn toegestaan.

Echter, dit geldt alleen als tevens wordt aangetoond dat er geen minder beperkende maatregelen beschikbaar zijn. De bewijslast ligt daarvoor bij de opsteller van het bestemmingsplan. In deze zaak heeft de raad van Appingedam zaak slechts als aanwijzing meegekregen dat dit moet worden aangetoond met een analyse met specifieke gegevens. Wij hopen dat de raad hiermee uit de voeten kan. Hopelijk laat de Raad van State dan binnenkort een helder licht schijnen over de aard en inhoud van deze analyse. Wij wachten het eindoordeel met belangstelling af.

Heeft u vragen over deze uitspraak of andere gerelateerde vragen, neem dan vooral contact op met mr. Wiarda Geelhoed.

 

Trip Advocaten & Notarissen trekt opnieuw ervaren juristen aan

Trip Advocaten & Notarissen trekt opnieuw ervaren juristen aan.

Opnieuw heeft Trip Advocaten & Notarissen een aantal ervaren juristen aangetrokken. De continuering van optimale kwaliteit heeft onze constante aandacht. We stellen dan ook graag de volgende advocaten aan u voor.

WIARDA GEELHOED | OVERHEIDSPRAKTIJK

Met ingang van 1 juni jl. is de overheidspraktijk uitgebreid door de komst van Wiarda Geelhoed. Zij zal zich met name gaan bezighouden met staatssteun en mededingingsrecht. Wiarda heeft onder meer gewerkt als advocaat bij Dentons Boekel en als coördinerend jurist bij het Ministerie van Economische Zaken. In de laatste functie heeft ze regelmatig het noorden bezocht voor juridische kwesties met betrekking tot grote energie(infrastructuur)projecten. Naast haar rechtenstudie in Utrecht heeft ze de Grotius Academie Specialisatieopleiding Europees en Nederlands Mededingingsrecht gevolgd.

YNZE TALSTRA | ONDERNEMINGSRECHT

Al sinds een paar maanden is de sectie ondernemingsrecht uitgebreid door de komst van Ynze Talstra. Ynze heeft gestudeerd in Nijmegen en aan de rijksuniversiteit in Groningen en heeft de Grotius Academie Specalisatieopleiding Insolventierecht cum laude afgerond. Daarnaast is Ynze lid van de vereniging van insolventierechtadvocaten (INSOLAD). Na acht jaar bij Dommerholt in Heerenveen te hebben gewerkt, houdt hij zich nu in Assen en Groningen bezig met ondernemingsrecht en insolventierecht. Daarnaast treedt Ynze op als curator in faillissementen en surseances.

ALE VAN DER WIELEN | ONDERNEMINGSRECHT

In Leeuwarden is de sectie ondernemingsrecht uitgebreid door de komst van Ale van der Wielen. Ale is na zijn rechtenstudie in Groningen zijn carrière als advocaat gestart bij Van der Sluis Van der Zee & Kalmijn Advocaten in Leeuwarden. Daarna is hij als ondernemings- en insolventierechtadvocaat aan de slag gegaan bij Dommerholt Advocaten. Ale heeft de Grotius Academie Specialisatieopleiding Vennootschaps- en Ondernemingsrecht gevolgd. Met deze ruime ervaring op zak, zal hij nu in Leeuwarden het team versterken.