Automatisch gezag bij erkenning?

Automatisch gezag bij erkenning?

Uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat vier op de tien baby’s in Nederland ouders hebben die niet met elkaar getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan. Vaak erkent een ongetrouwde vader zijn kind wel, maar schiet het vastleggen van het gezag er bij in.

Wat is gezag eigenlijk? Minderjarige kinderen mogen niet (en kunnen vaak ook niet) zelfstandig officiële handelingen verrichten. Een ouder met gezag mag (samen met de andere ouder met gezag) namens het kind wel die officiële handelingen verrichten. Een paspoort aanvragen, een schoolkeuze bepalen, een rekening openen maar ook het toestemming verlenen voor een medische behandeling zijn handelingen die alleen kunnen worden verricht door ouders met gezag.

Wanneer een ongetrouwd stel een kind krijgt, kan de vader bij de geboorteaangifte zijn kind erkennen. Met die erkenning wordt de vader ook juridisch vader, wat betekent dat het kind de erfgenaam van de vader is en ook zijn achternaam kan dragen. Maar met de erkenning alleen is het gezag nog niet geregeld. Hiervoor moet een aparte procedure worden doorlopen: de ouders moeten de rechtbank verzoeken een aantekening in het Gezagsregister te maken.

Voor getrouwde- en geregistreerde stellen ligt het gemakkelijker. Wanneer zij een kind krijgen, is de vader direct ook de juridisch vader én heeft hij het gezag over het kind. Een getrouwde/geregistreerde vader hoeft dus niets te regelen. Door het huwelijk of het geregistreerde partnerschap is alles al vastgelegd.

Zonder gezag kan een ouder niet over zijn kind beslissen, wat – zeker wanneer de ouders uit elkaar gaan – vervelende gevolgen kan hebben. De vader kan dan in principe niet meer meebeslissen over belangrijke beslissingen over de verzorging en opvoeding van zijn kind. Onlangs heeft D66 voorgesteld om ook voor ongehuwde stellen erkenning en gezag aan elkaar te koppelen. Wanneer een ongehuwde vader zijn kind erkent, krijgt hij, als het aan D66 ligt, ook direct het ouderlijk gezag. De eerste reacties uit de Tweede Kamer zijn overwegend positief. D66 wil dit jaar een wetsvoorstel indienen waarin het voorstel is uitgewerkt.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp, neem dan gerust contact op met mr. Merel Aaftink

 

Is uw organisatie klaar voor de invoering van de Wet Huis voor Klokkenluiders?

Is uw organisatie klaar voor de invoering van de Wet Huis voor Klokkenluiders?

Op 1 juli 2016 treedt de Wet Huis voor Klokkenluiders (WHK) in werking. De WHK heeft tot doel de mogelijkheden van het melden van vermoede misstanden binnen organisaties te verbeteren. De wet creëert een basis voor zowel intern als extern onderzoek. Intern onderzoek betreft een onderzoek door de betreffende organisatie zelf. Extern onderzoek betreft een onderzoek door het Huis van Klokkenluiders. Verder regelt de wet de bescherming van de werknemers die aan de bel trekken.

Veel grote organisaties kennen vandaag de dag al een interne regeling voor het melden van misstanden. Dit is – in het kader van risicomanagement – ook zeker aan te raden. Enerzijds kunnen misstanden tijdig worden opgemerkt en kan er dus ook tijdig worden ingegrepen. Anderzijds bestaat er minder snel aanleiding om een misstand extern te melden, waardoor het risico op schade voor de organisatie wordt beperkt.

Nieuw is echter dat vanaf 1 juli 2016 iedere werkgever die ten minste 50 werknemers in dienst heeft, verplicht is om een interne meldregeling te hebben. In de interne meldregeling dienen in ieder geval de volgende punten te worden geregeld:

  • Definitie van een ‘vermoedelijke misstand’;
  • Aanwijzing van een of meer functionarissen bij wie vermoedelijke misstanden kunnen worden gemeld;
  • Aanwijzing van een vertrouwensadviseur;
  • Aanwijzing van een intern toezichtsorgaan;
  • Wijze waarop uw organisatie omgaat met interne meldingen van vermoedelijke misstanden; en
  • Bescherming tegen benadeling van de betreffende werknemers.

Het is belangrijk om de interne meldregeling zorgvuldig vast te stellen. Voor deze regeling is bovendien de instemming van de Ondernemingsraad (OR) vereist. Ook indien uw onderneming al een interne regeling kent, is het raadzaam om deze te (laten) toetsen aan de gestelde regels in de WHK.Voor kleinere werkgevers (minder dan 50 werknemers) is een interne meldregeling niet verplicht. Afhankelijk van de omstandigheden is het evenwel aan te raden om een interne meldregeling op te stellen.

Wij adviseren u hier graag over.Heeft u hulp nodig bij het opstellen van een interne meldregeling, wilt u uw huidige meldregeling laten toetsen of heeft u andere vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Joost Funke of Sigrid Bruinsma